De conclusie van het Ardennenoffernsief

Het verloop van de Duitse operaties van 16 tot 25 december 1944 heeft duidelijk aangetoond dat de verwachtingen van het Duitse opperbevel veel te hoog gespannen zijn geweest. De slechte toestand van de wegen, de ontoereikende oefening van de aanvallende eenheden, het toenemende gebrek aan brandstof en vooral het massale ingrijpen van de geallieerde luchtmacht na 23 december (toen het weer beter was geworden) waren teveel voor de Duitse troepen. Daarbovenop kwam de vastberaden weerstand van de Amerikanen in de sector Bastenaken. Dit noodzaakte Von Rundstedt en Model om al op 24 december in een dagrapport te melden dat het Duitse offensief over zijn hoogtepunt heen was. De Duitsers werden met de dag meer bestookt. Op 25 december moest Von Rundstedt tot de conclusie komen dat noch het oorspronkelijke doel van het offensief Antwerpen noch de ‘kleine doelstelling’, dat wil zeggen de vernietiging van de geallieerde troepen ten oosten van de Maas, te verwezenlijken was. Hij verzocht Hitler om het offensief af te gelasten en toe te staan dat de eenheden zich tot aan de Westwall terugtrokken. Dit om te voorkomen dat het de geallieerden zou lukken de Duitse aanvalswig af te snijden en te vernietigen. Hitler wilder echter niets van zijn voorstel weten. Integendeel, hij beval het 5e leger de hoogte bij Marche-en-Famenne in bezit te nemen. Hij hoopte dat de toenemende geallieerde druk op de zuidelijke flank van het 5e pantserleger zou verminderen, als de voor begin januari vastgestelde aanval van Heeresgruppe G in de noordelijke Elzas zou starten. Nadat Hitler en Jodl een situatiebeoordeling hadden ontvangen van 26 december, stelde Jodl vast dat de geallieerde tegenaanval tussen Stavelot en Monschau was vastgelopen. De linkervleugel van het 6e SS-pantserleger zou daardoor meer bewegingsvrijheid krijgen.

Het 5e pantserleger was volgens Jodl echter zonder voldoende flankdekking doorgebroken naar het zuiden en het noorden. Daardoor zou de mogelijkheid bestaan dat ze werden afgesneden. Bij het 7e leger was alleen sprake van een plaatselijke strijd. Volgens Jodl zou de voorgenomen doorbraak over de Maas naar het noordwesten daardoor nog altijd mogelijk zijn. Deze hing echter af van het herstel van het evenwicht aan de Sauer en de mogelijkheid om de geallieerde krachten tussen de Ourthe en de Maas ten noorden van de lijn Marche-en-Famenne - Dinant te vernietigen. Hitler gaf onmiddellijk bevelen aan de commandanten op het slagveld. Tegelijkertijd verscheen generaal Heinz Guderian, die de verantwoording droeg voor het oostfront, in het hoofdkwartier en vroeg dringend om hulp voor zijn Heeresgruppe Süd in de sector Boedapest. Ze waren daar in een zware strijd geraakt met het Rode Leger. Het lukte hem één divisie los te krijgen. Kort daarop moest nog eens een divisie worden overgebracht naar het in moeilijkheden geraakte oostfront, waardoor de krachten van de Duitsers aan het westelijke front opnieuw werden verzwakt. Dit had als gevolg dat de voorgenomen aanval van Heeresgruppe H over de Maas in de richting van Antwerpen onmogelijk werd. Ondanks alles hield Hitler nog altijd verbeten vast aan zijn besluit. Het offensief moest zo snel mogelijk weer worden voortgezet. Op de avond van 27 december beval hij de situatie rondom Bastenaken onder alle omstandigheden tot een gunstig resultaat te brengen. Door geconcentreerde aanvallen op de flanken van de tegenstander moest deze vernietigd worden. In een nieuwe beoordeling van de situatie kwamen de generaals van het westelijke front op 28 december tot de conclusie dat het voortzetten van het offensief zinloos was geworden. Het was de tegenstander immers gelukt door de aanvoer van tweeëntwintig divisies een gesloten afweerfront op te bouwen rondom de Duitse aanvalswig. Bovendien gingen de geallieerden in het zuiden over tot de aanval. Als er ondanks alles toch werd gedacht aan een offensieve oorlogvoering, kon dit alleen als er nieuwe troepen beschikbaar werden gesteld. Op dezelfde dag riep Hitler de bevelhebbers bijeen van Heeresgruppe G die deelnamen aan het offensief in de noordelijke Elzas (Operatie Nordwind). Op deze bijeenkomst moest Hitler toegeven dat het Ardennenoffensief helaas niet tot het gewenste ‘doorslaggevend succes’ had geleid, maar hij verklaarde met nadruk dat in ieder geval een enorme ontspanning van de situatie in het westen tot stand was gekomen, omdat de tegenstander zijn hele aanvalsplan had moeten wijzigen.

De nieuwe taak van Heeresgruppe B was om met haar divisies zoveel mogelijk geallieerde krachten te binden. Hitler hoopte overigens dat na het slagen van de operatie in de noordelijke Elzas het Ardennenoffensief voortgezet kon worden en met succes zou kunnen worden beëindigd. Alleen voortdurende offensieven zouden de oorlog in het westen een gunstige wending kunnen geven, althans, dat was de mening die Hitler was toegedaan. Was eenmaal de ene helft van het geallieerde kamp uitgeschakeld, dan zou de overblijvende tegenstander tegen de opmarcherende vijfenveertig Duitse divisies geen weerstand meer kunnen bieden. Daarom bleef in het westen de ‘absolute doelstelling’ intact: de zaak ‘offensief’ tot een goed einde te brengen. Als het front in het westen was gestabiliseerd, dan zou het Duitse leger ook in het zuiden en oosten in staat zijn de fronten te behouden. Vervolgens zette Hitler nog een keer zijn plannen en doelen op papier en liet deze aan zijn militaire staf zien. Het ging in deze strijd tenslotte om het zijn of niet zijn van het Duitse Rijk en de nationaal-socialistische wereldbeschouwing. Het kwam er nu op aan de wezenlijke waarden van het Duitse volk te behouden en tegelijkertijd de plaats van het ‘Reich’ als grote natie definitief veilig te stellen. Niemand mocht twijfelen aan zijn vastberadenheid om de oorlog voort te zetten. Op 29 december had Guderian een telefoongesprek met het Duitse hoofdkwartier. Hij ging diep in op de wanverhouding in kracht bij het verwachte winteroffensief van de Russen. Hij vreesde voor een ineenstorting van het oostfront en drong er ten sterkste op aan het offensief in de Ardennen te beëindigen en alle beschikbare krachten over te brengen naar het oostelijke front. Hitler wenste de operatie in het westen voort te zetten. Daar moest, naar Hitlers gedachte, de beslissing vallen. Aan het eind van het jaar bleek uit de posities dat het in plaats van de oorspronkelijk bedoelde strijd om Antwerpen gekomen was tot een slag om Bastenaken. Intussen had Heeresgruppe G, om het initiatief in handen te houden, aan het westfront een begin gemaakt met Operatie Nordwind. De aan beide zijden van Bitsch aanvallende legeronderdelen wonnen echter maar weinig terrein in de richting van de sector Moder.

Twee dagen later ging veldmaarschalk Montgomery op de noordelijke flank van de Duitse aanvalsvleugel tot het tegenoffensief over. Op 4 januari 1945 gaf Hitler de generaals het plan voor de verdere oorlogvoering. Hij gaf weliswaar toe dat zijn oorspronkelijke plan geen kans op verwezenlijking had, maar stelde toch vast dat hij de tegenstander het initiatief had ontnomen. Het doel van de strijd in het westen was nog altijd de ‘initiatieven’ niet uit handen te geven en de geallieerden door verdere kleine aanvallen tot versplintering van hun krachten te dwingen. Op die manier zou het Eisenhower op de meest doeltreffende wijze onmogelijk worden gemaakt een groot offensief in het westen te beginnen. Hitler gaf de generaals in het westen het bevel in bepaalde door hem aangewezen sectoren onder alle omstandigheden het initiatief te behouden. Heeresgruppe B moest de tegenstander voor het front vasthouden, rondom Bastenaken verslaan en vervolgens een sterk front in het zuiden opbouwen. Heeresgruppe G moest de geallieerden tussen de Vogezen en de Rijn vernietigen en als uitgangspunt voor de voortzetting van het offensief de westelijke uitvalswegen van de Vogezen in handen zien te krijgen en te behouden. Heeresgruppe Oberrhein, waarvan Hitler op 26 november 1944 aan Himmler het bevel had opgedragen, moest ter ondersteuning van de aanval van Heeresgruppe G een bruggenhoofd ten noorden van Straatsburg vormen. Dat de geallieerden op sommige punten diep in het Duitse front waren doorgedrongen, bracht Hitler op 8 januari eindelijk tot het inzicht dat zijn strijdkrachten in de Ardennen alleen nog maar te redden waren als ze zo spoedig mogelijk werden teruggetrokken. Op diezelfde dag beval hij het front terug te trekken op de lijn Dochamps-Longchamps. Al op 14 januari moest hij toestemmen in een verdere terugtocht, toen ook de operatie Nordwind was vastgelopen. Op 12 en 13 januari was het Russische winteroffensief tussen de Karpaten en de Oostzee begonnen. Tegen het einde van januari werden de Duitse troepen tenslotte teruggetrokken naar hun uitgangsstellingen in de Westwall. Met het bevel van het OKW van 24 januari om het 1e SS-pantserkorps naar Wenen te verplaatsen legde Hitler schriftelijk vast dat hij definitief afzag van een offensieve strategie in het westen. Gezien de catastrofale toestand in het oosten was geen ander besluit mogelijk. Hitlers beslissingen van november 1944 tot januari 1945 hebben nog eenmaal heel duidelijk zijn onverminderde koppigheid ten aanzien van de operatieve oorlogvoering aangetoond. Door zijn fanatieke wil wist hij vaak het onbereikbare toch nog af te dwingen. Toch had hij de tegenstander en diens potentieel onderschat en zijn eigen mogelijkheden overschat. Gezien de krachtsverhoudingen, was zijn besluit om tot een offensief in het westen over te gaan zonder enige twijfel onjuist. De inzet van de laatste strategische reserves van het Duitse leger aan het westfront kwam in de eerste plaats het Rode Leger ten goede. Dit kon de Duitse stellingen nu sneller oprollen dan misschien mogelijk was geweest bij de inzet van alle beschikbare Duitse reserves aan het oostfront.

De beslissing in de Ardennen
Tweede kerstdag 1944 was het keerpunt in de slag in de Ardennen. Bij Dinant schoten de tanks van het Amerikaanse 1e leger de Duitse hoop om over de rivier te komen in stukken. Meer naar het oosten was het Amerikanen van het 3e leger gelukt de verbinding tot stand te brengen met de Amerikanen in Bastogne. Op 27 december trokken de Duitse tanks zich verder van Dinant terug. Heel wat tanks moesten echter worden achtergelaten omdat er geen benzine meer was. De eerste fase van de slag was voorbij. De Duitsers waren tot staan gebracht en daardoor kon de tweede fase beginnen. De tweede fase hield het terugdringen van de Duitsers uit België en Luxemburg in. Ook na 26 december bleef de strijd zich vooral concentreren rondom Bastenaken. Heuvels en dalen waren met een dikke sneeuwlaag bedekt, waardoor een gemotoriseerde opmars alleen mogelijk was via wegen. Dat maakte de slag in de Ardennen tot een strijd om de spaarzame verbindingswegen. Dit leidde dus vooral tot een slag om het kruispunt van de twee belangrijkste wegen bij Bastogne. De twee kruisende wegen waren de oost-westverbinding, die de Duitsers nodig hadden om hun troepen aan de Maas te brengen, en de zuid-noordverbinding, die de Amerikanen moesten gebruiken om de Duitse af te snijden. Al vanaf 22 december voerde Patton vanuit Aarlen zijn troepen aan. Twee weken lang werd vlak bij Bastenaken fel, verbeten, in sneeuw, ijs en kou gevochten. De Amerikaanse verliezen waren groot. Dit kwam mede door de onervaren troepen die tegenover een tegenstander stond, die in Rusland al drie wintercampagnes achter de rug had. Intussen bereidde Eisenhower een grootscheepse omsingeling van de Duitsers voor. Op 28 december bezocht hij Montgomery in Hasselt. Afgesproken werd dat de Brit op 3 januari met het Amerikaanse 1e leger en een Brits legerkorps een aanval in zuidelijke richting zou lanceren. De bedoeling was dat men met een aanval vanuit het zuiden en het noorden in de richting van Houffalize zou proberen de Duitsers de pas af te snijden. Daarna zou men hen insluiten, zoals men dat in augustus met zoveel succes bij Falaise had gedaan. Maar voor die aanval werd ingezet, waren het de Duitsers die nog twee keer aanvielen. De eerste aanval speelde zich af in de lucht en de tweede werd op de grond uitgevoerd.

Duitse luchtaanval
Op nieuwjaarsdag vond Operatie Bodenplatte plaats. Deze operatie hield in dat de Luftwaffe een poging waagde om de taak van de grondtroepen te verlichten. Vroeg in de morgen stegen 1100 Duitse vliegtuigen op. Ze hadden als doel meegekregen om de geallieerde vliegvelden, hangars en vliegtuigen in Nederland, België, Luxemburg en Noord-Frankrijk onklaar te maken. Er werden vele vernielingen aangericht. Zo werden er driehonderd geallieerde vliegtuigen op de grond vernietigd, waaronder ook Montgomery’s Dakota. Het was de laatste massale aanval van de Luftwaffe in de oorlog. De Duitse verliezen waren eveneens groot. Zo werden er bijna driehonderd toestellen vernietigd. Velen werden door de eigen luchtafweer neergehaald. Dit kwam voort uit een oogpunt van geheimhouding. Men had de mensen van het afweergeschut niet gewaarschuwd. Omdat verscheidene doelen samenvielen met die van de V-wapens, vlogen hele eskaders rechtstreeks in het geconcentreerde afweervuur dat de geallieerden op de invliegroutes van de V-wapens hadden opgesteld. Daardoor verloor de Luftwaffe eveneens veel vliegtuigen.

Duits offensief in de Elzas
Eveneens op 1 januari zette Hitler een nieuw offensief in de Elzas in, Operatie Nordwind. Vanuit hun Westwall-posities braken de Duitsers ten westen en ten oosten van Bitch met acht divisies naar het zuiden uit. Op 4 januari trokken ze ook bij Weissenburg het zuiden in; op 5 en 7 januari gingen nieuwe eenheden ten noorden en ten zuiden van Straatsburg over de Rijn. De bedoeling was het insluiten van het Amerikaanse 7e leger van Devers 6e legergroep. Dit leger had in de Elzas een vooruitgeschoven positie ingenomen. Maar anders dan in de Ardennen kwam de aanval in de Elzas niet onverwacht. De geallieerde inlichtingendienst had goed werk verricht en de Amerikanen wisten van het plan. Eisenhower was niet van plan troepen uit de Ardennen weg te halen, ondanks dat hij wist dat Devers legers (het Amerikaanse 7e en het Franse 1e leger) niet tegen een grootscheepse aanval opgewassen leken. Mochten de Duitsers te sterk blijken, dan moesten de Amerikaanse troepen insluiting zien te voorkomen en zo nodig een groot deel van de Elzas prijs geven. Daardoor zou Straatsburg echter opnieuw in Duitse handen kunnen vallen. Voor de Fransen zou dit een enorme vernedering zijn en daarom deelde De Gaulle op 3 januari aan Eisenhower mee dat hij in geval van nood Straatsburg door het hele Franse leger zou laten verdedigen en zelfs de stad niet zou ontruimen. Dat deed Eisenhower zijn instructies wijzigen. Devers mocht terugtrekken, maar kreeg bevel Straatsburg in ieder geval te houden. De Gaulle zag door zijn ‘dreigement’ zijn eigenlijke bedoeling dus verwezenlijkt. Slechts in het noorden boekten de Duitsers tot 25 januari behoorlijke terreinwinst tot voorbij Haguenau. In het zuiden hernamen Fransen en Amerikanen op 20 januari het initiatief en begonnen met de opruiming van de zak van Colmar, een actie die begin februari zou worden voltooid.

Geallieerd tegenoffensief
Op 3 januari begon de gecoördineerde geallieerde tegenaanval in de Ardennen. Montgomery zou vanuit het noorden, over een front van veertig kilometer, met het Amerikaanse 1e leger en een Brits legerkorps naar het zuiden trekken, waar het Amerikaanse 3e leger vanuit het zuiden naar het noorden trok. Montgomery kwam aanvankelijk maar zeer langzaam vooruit, mede omdat het weer slecht was. Daardoor waren de wegen glad en het zicht bedroeg doorgaans niet meer dan tweehonderd meter. Hevige sneeuwval legde de aanvallen zelfs een paar dagen stil. En ook daarna moest meter voor meter worden veroverd op een tegenstander die zich met tanks en antitankgeschut in het onherbergzame landschap had ingegraven. In het zuiden (waar Bradley het bevel voerde) was de strijd niet minder zwaar. Nog altijd wilde Hitler Bastenaken veroveren. De Duitsers concentreerden hier tien divisies op. Vanaf 5 januari nam de Duitse druk af. Hoewel Montgomery en Bradley maar weinig vorderden, werd de toestand voor de Duitsers nu zeer hachelijk. Op 7 januari stonden er ten westen van de lijn Luik-Houffalize-Bastenaken zeven Duitse pantserdivisies en er was nog maar één weg terug (door Houffalize). Die lag onder geallieerd vuur. Nu werd het ook Hitler duidelijk dat een omsingeling dreigde. Hij gaf op 8 januari bevel tot beperkte terugtocht achter deze lijn. De volgende dag merkten de geallieerden dat vooral de Duitse tanks zich begonnen te onttrekken uit het gevecht. Langzaam gingen in de daaropvolgende dagen de geallieerden vooruit. La Roche viel op 10 januari in de handen van de geallieerden. Op 11 januari werd Saint-Hubert veroverd en op 16 januari reikten de soldaten van het uit het noorden komende Amerikaanse 1e leger en het uit het zuiden komende Amerikaanse 3e leger elkaar de hand te midden van de puinhopen van Houffalize. Een dag later kwam het Amerikaanse 1e leger weer onder commando van Bradley, het Amerikaanse 9e leger bleef onder Montgomery. Het was een oplossing die geen van beide bevelhebbers tevreden stelde. Hoewel Eisenhowers eerdere beslissing het 1e en 9e leger onder bevel van Montgomery te brengen militair gezien juist was geweest, had Bradley dit moeilijk kunnen verwerken. Met de verovering van Houffalize was de Duitse saillant opgeruimd en was de Slag om de Ardennen strategisch gezien ten einde. In de daaropvolgende twaalf dagen drongen de Amerikanen de Duitsers terug naar de Westwall. Mede door acties van de geallieerde luchtmacht verloren de Duitsers op de weg terug nog grote hoeveelheden materieel. Voor het overige liep de slag langzaam ten einde. Gedurende de laatste twee weken werkte men in de geallieerde stafkwartieren in hoofdzaak aan de plannen voor de aanval op de Roer en Rijn. Op 15 januari had Hitler zijn hoofdkwartier in Ziegenberg verlaten en was naar Berlijn gegaan. Het 6e pantserleger werd op 20 januari uit de Ardennen teruggeroepen om het in het oosten te kunnen inzetten, want op 12 januari waren de Russische troepen in beweging gekomen. Eind januari werd de frontlijn van 15 december weer bereikt. Aan het oostfront werden de Duitsers echter steeds verder teruggedrongen. Oost-Pruisen werd afgesneden van het Rijk en de Russen bereikten de Oder. Tevens wisten de Russen het Oppersilezische industriegebied te veroveren. In het late najaar van 1944 waren de geallieerden er zo aan gewend geraakt te denken dat de Wehrmacht op het punt stond ineen te storten, dat het Ardennenoffensief als een verrassing kwam. Het offensief leidde op verschillende plaatsen tot paniekreacties, zij het niet op het hoogste niveau. Vooral Eisenhower bewees zijn grote kwaliteiten als coördinator, die de spanningen in het geallieerde kamp (die met de Fransen over Straatsburg en die tussen Bradley en Montgomery over de bevelvoering) goed wist te beheersen.

De verliezen
De verliezen aan geallieerde zijde waren groot. Hoewel de Britten ook hebben meegestreden in de Slag om de Ardennen, was hun rol beperkt. Ze verloren 1.600 manschappen, waarvan 200 doden. De Amerikanen daarentegen moesten een hoge prijs betalen. Ze verloren 89.987 man, waarvan 19.276 omkwamen. Naast het grote verlies aan mensenlevens, werd er bovendien ook een groot aantal tanks verloren. In de Ardennen werden 733 tanks door de Duitsers buiten gevecht gesteld. Voor de Duitsers was het verlies van dit gedurfde plan eveneens groot. In de Ardennen verloren de Duitsers 84.834 manschappen, waarvan 15.652 het leven verloren. Tevens was er een groot verlies aan materieel aan Duitse kant. In de Ardennen werden 600 tanks, 1.600 vliegtuigen en 6.000 voertuigen door de geallieerden onherstelbaar beschadigd.

Verloop van de oorlog
Hitler wist met het offensief de frontale aanval op zijn Derde Rijk zes weken uit te stellen maar de geallieerden konden hun verliezen opvangen en de Duitsers niet. De vijand kon nu zowel uit het Westen als uit het Oosten doorstoten omdat de Duitsers de bressen niet meer konden dichten. In het Oosten continueerden de Russen hun onstuitbare opmars en de Duitsers hadden de tweefrontenoorlog definitief verloren. Op 8 mei 1945 capituleerden de restanten van de eens zo machtige Wehrmacht. Dit was het einde van de gruwel van het nationaalsocialisme en het begin van een lange Duitse verdeeldheid.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

398407 views Battletours, Ardennen offensief
cron