Kampfgruppe Peiper, van dag tot dag, van uur tot uur

De Duitse 6e Panzerarmee
De Duitse 6e Panzerarmee, onder leiding van SS-Oberstgruppenfuhrer Josef Dietrich,  was voor ”Unternehmen Wacht am Rhein”, de codenaam voor het Ardennenoffensief, uitgerust met het beste wat het Duitse leger kon bieden: 4 SS-Panzerdivisionen, aangevuld met 5 Volksgrenadier-Divisionen met een totaal van ongeveer 685 kanonnen samen onderverdeeld in 3 korpsen, waarvan wij hier alleen het 1e en 2e Panzerkorps behandelen:

1e  SS-Panzerkorps. - 1e SS-Panzerdivision “Leibstandarte Adolf Hitler”: 34 Panzer IV’s 37 Panthers 10 Jagdpanzers 30 Tiger 11’s - 3e  Fallschirmjäger Division. - 12e Volksgrenadier-Division. 6 StuG’s - 12e SS-Panzerdivision “Hitlerjugend”. 38 Panthers 39 Panzer IV’s 47 Jagdpanzers - 277e Volksgrenadier-Division. 6 Jagdpanzers

2e  SS-Panzerkorps. - 2e SS-Panzerdivision “Das Reich”. 58 Panthers 28 Panzer IV’s 28 SturmG’s - 9e  SS-Panzerdivision “Hohenstaufen”. 35 Panthers 56 StuG’s 39 Panzer IV’s 21 Jagdpanzers - 67e Armeekorps. - 272e Volksgrenadier-Division. - 326e  Volksgrenadier-Division.

Voor het 1. SS-Panzerkorps waren vijf routes (Rollbahnen) uitgestippeld, maar het was niet noodzakelijk om deze strikt te volgen: naargelang de vijandelijke tegenstand, of gebrek hieraan, mocht de 6e  Armee van de Rollbahnen afwijken. De drie meest noordelijke Rollbahnen (A B C)waren voor de 12e  SS-Panzerdivision en de twee zuidelijke (D E)voor de 1e  SS-Panzerdivision. Er werd al rekening gehouden met een mogelijke tegenaanval van drie Amerikaanse divisies in het gebied rond Elsenborn en om die reden werd het zwaartepunt van de Panzerdivisionen iets zuidelijker geconcentreerd op de Rollbahnen C en D, ter hoogte van Malmedy en Stavelot. Op Rollbahn C zou de Kampfgruppe Kühlmann van de 12e  SS-Panzerdivision de voorhoede vormen en op Rollbahn D de Kampfgruppe Peiper van de 1e  SS-Panzerdivision.

Rollbahn B, die vlak onder de Elsenborn Ridge liep, was bestemd voor Kampfgruppe Müller. Na strenge geheimhouding werden op 10 december de orders uitgevaardigd aan de 6e Panzerarmee: “Op dag U, om 06:00 uur, zal het 1e  SS-Panzerkorps met haar infanteriedivisies door de vijandelijke posities in de sector Hollerath-Krewinkel breken. Het zal dan doorstoten over de Maas in de sector Luik - Huy met de 12e  SS-Panzerdivision aan de rechterkant en de 1e  SS-Panzerdivision aan de linkerkant. Het 2e  SS-Panzerkorps zal vlak achter het 1e  SS-Panzerkorps blijven om deze onmiddellijk te kunnen volgen. Het 1e  SS-Panzerkorps heeft als missie om ofwel door samenwerking met het 2e  SS Korps de Maas te bereiken, ofwel om onmiddellijk na de Maas bereikt te hebben door te stoten naar Antwerpen, ongeacht of de flanken bedreigd worden door de vijand. Contact met het 1e  SS Korps moet hoe dan ook permanent gehandhaafd blijven. Het 67e Armeekorps zal aan beide kanten van Monschau door de vijandelijke stellingen breken. Na het oversteken van het kruispunt Mützenich-Elsenborn zal het een defensief front vormen op de lijn Simmerath – Eupen – Luik voor de zuidelijkere twee Panzerkorpsen.” De verdediging werd gevormd door de pas in Europa gearriveerde Amerikaanse 99th  Infantry Division die onder het commando stond van Major-General Walter E. Lauer. Hun posities reikten van Monschau in het noorden tot Losheim in het zuiden: een gebied dat in principe door 3 divisies verdedigd had moeten worden. De reden voor deze zwakke linie was dat de Amerikanen weinig tegenstand verwachtten; het Duitse leger had zich teruggetrokken tot de goed verdedigbare Siegfriedlinie waardoor een tegenoffensief als zeer onwaarschijnlijk werd beschouwd. Daarnaast was het terrein van de Ardennen met zijn ravijnen, kronkelende riviertjes en smalle wegen ook uiterst ongeschikt voor een Duits offensief. De Duitse inlichtingendienst was op de hoogte van deze onderbezetting en verwachtte tijdens het aankomende offensief geringe tegenstand en een snelle Duitse doorbraak. De geharde Amerikaanse 2nd Infantry Division was volgens dezelfde inlichtingendienst gelegerd in de achterhoede en zou aan het begin van de aanval dus niet tijdig ingezet kunnen worden voor de verdediging van deze sector. Echter, op 13 december begon de 2nd Division op te trekken in noordoostelijke richting voor een operatie gericht op de Roerdammen bij Dreiborn, in samenwerking met elementen van de 99th Infantry Division.

LAH was verdeeld in 4 Kampfgruppen:

- SS-Kampfgruppe Peiper (SS-Obersturmbannführer Jochen Peiper) - I./SS-Panzerregiment 1 (gemischt; 72 Panthers and IVH's, Werner Poetschke, attached was 9.(Pi.)/SS-Pz.Reg. 1 and 10.Kp.SS-Panzerflak, 3 Wirbelwind) - s.SS-Panzerabteilung 501 ( 45 Königstiger, SS-Sturmbannführer Hein von Westernhagen) - III./SS-Panzergrenadierregiment 2 (5 Kp., 5.Kp. - SP 150mm, SS-Sturmbannführer Jupp Diefenthal) - II./SS-Panzerartillerieregiment 1 (geschleppt) - Luftwaffe Flaksturmabteilung 84 (20mm, 37mm)

- SS-Kampfgruppe Sandig - SS-Panzergrenadierregiment 2

- SS-Kampfgruppe Hansen - SS-Panzergrenadierregiment 1 - SS-Panzerjägerabteilung (21 Jagdpanzer IV, 11 75mm PaK) -   Artillerieabteilung (105mm, geschleppt) - 24 Nebelwerfers

- SS-Kampfgruppe Knittel - SS-Aufklärungsabteilung 1 - 1 Batterie 105mm (geschleppt)

Composition of Peiper’s Spitze: SS-Obersturmbannführer Werner Sternebeck (commander), Panther - SS-Untersturmführer Hans-Jürgen Bahrendt (1.Pz.Kp.), Panther - SS-Untersturmführer Herbert Junker, SS-Oberscharführer August Wien (5.Pz.Kp), Mk.IVH - SS-Unterstumführer Karl-Heinz Asmussen, SS-Hauptscharführer August Tonk (6.Pz.Kp.), Mk.IVH - SS-Scharführer Horst Rempel (8.Pz.Kp.), Mk.IVH - 2 Schützenpanzerwagen from 9.Pi.Kp./SS-Pz.Reg. 1, SS-Oberscharführer Dörr en SS-Rottenführer Wemmel - In other terms; 2 Pz.V, 5 Pz.IVH and 2 SPW. Behind them came Oskar Klingelhöfer’s 6.Pz.Kp., in Mk. IVH.

Kampfgruppe Peiper (4800 man sterk, 600 voertuigen incl. 150 tanks - SPW's ”Schützen Panzer Wagen”) kregen Rollbahn D toebedeeld, met Kampfgruppe Sandig als follow-up. Rollbahn E was bestemd voor Kampfgruppe Hanssen, met Kampfgruppe Knittel als follow-up. Knittel was niet gebonden aan een Rollbahn; hij kreeg enige bewegingsvrijheid.
SS-Panzerregiment 1 staat op scherp vanaf eind nov. 44 in de regio Stadtkyll, 13 km oostelijk van de Belgische grens. Voertuigen werden minutieus gecamoufleerd.

De startplaats van de aanval was Losheim, op de grens van Duitsland met België. De spoorbrug was tijdens het terugtrekken van de Duitsers opgeblazen en deze was nog niet hersteld.


14 december: (uur-U -2)
Jochen Peiper, Rudi Sandig, Max Hansen, Gustave Knittel en Otto Skorzeny nemen deel aan een breefing bij Mohnke’s HK in Tondorf.

15 december: (uur-U -1)
Gedurende de nacht formeren de troepen zich in positie.
Om 1 minuut na middernacht op zaterdag 16 december werd de nachtploeg in Bletchley plotseling opgeschrikt. Na weken zonder een bericht van enig belang uit Duitsland begon de cryptografische en verwerkende staf net te geloven dat de oorlog aan hen voorbij getrokken was. Ze waren trouwens uitgeput na maanden van geconcentreerd werken na D-DAY. Nu begon het Duitse opperbevel na weken van absolute stilte weer uit te zenden. Wat was er aan de hand? Waarom was het lange, rustige front in West-Europa plotseling tot leven gekomen? Gespannen wachtten de mannen en vrouwen van de nachtploeg op de decodering (in meer dan één geval gebeurde het dat iemand instortte op ”Station X” omdat hij of zij de spanningen van de zoveelste klap niet meer aankon). Sommigen beseften misschien al half dat het weer mis was en dachten met angst aan de dingen die komen zouden.

Toen was het zover. Haastig dromden ze rond de collega die het bericht begon voor te lezen in het zwakke licht van de kale gloeilampen in de barak. Het was afkomstig van veldmaarschalk Gerd von Rundstedt en geadresseerd aan alle commandanten te velde, die het op hun beurt moesten doorgeven aan hun eenheden: ”Het uur van de waarheid heeft geslagen. Tegenover de geallieerden staan machtige legers gereed. Alles staat nu op het spel. Onsterfelijke daden worden nu van u verwacht als een heilige plicht aan Führer en vaderland” De mannen en vrouwen in dat afgelegen, vredige Bletchley, ver verwijderd van het bloed en de verschrikkingen van het front, keken elkaar geschokt aan. Welke machtige aanvalslegers? Wat stond er op het spel? Welke onsterfelijke daden werden er nog van de mannen gevraagd nu Duitsland zo goed als verslagen was? Wat was er gaande aan het front???????????

In de Eifel kronkelde mist rond de zwaar met sneeuw beladen dennen en daartussen stonden jonge mannen gereed in witte camouflagepakken. Ze zouden de eerste aanvalsgolf vormen. In de velden aan weerszijden van de slingerende bergweggetjes zaten de artilleristen afwachtend over hun stukken gebogen. Op de wegen zelf, die met stro bedekt waren om ieder geluid te dempen, stonden lange ontzagwekkende rijen tanks. Alles was in gespannen, zenuwslopende afwachting. Van Monschau in het Noorden tot Echternach in het Zuiden, langs een front van bijna 100 km, blaften de artilleriecommandanten hun bevelen ”fertig zum feueren?” Zoals gewoonlijk voor een aanval liep de spanning hoog op. Een paar laatste trekjes aan een sigaret, verborgen achter de ijskoude handen – toen kwam het hese, typisch Duitse geblafte bevel van de commandanten: ”FEUER”

 Zonder dat het hoofdkwartier van het Amerikaanse 1e Leger in Spa er iets van merkt betrekt het 1e Korps van de 6e Panzerarmee van Sepp Dietrich op de avond van de 15e december zijn aanvalsposities in de sectoren Hollerath, Udenbreth, Hallschlag en Ormont. Het 2e reserve Korps was pas vanaf de 18e gesignaleerd in het gebied van Freillingen, Wiesbaum, Schmidtheim en Stadtkyll. Tegenover deze in het diepste geheim samengetrokken strijdmacht moet het Amerikaanse 5e Army Corps zien stand te houden over een front van 35 km breed, dat slechts zwak bezet wordt gehouden door de 99e Infantry Division van Generaal Lauer samen met eenheden van de 14e Cavalry Group van Colonel Mark Devine. Combat Command B (CCB) van de 9e Armoured Division, die tijdelijk was uitgeleend aan het 5e Corps, keert juist op deze 16e december om 10:30 uur terug naar zijn eigen 8e Corps.
Met de voorbereiding van de aanval heeft het Duitse opperbevel een opmerkelijke prestatie geleverd. Rondom Jülich is zwaar kaliber geschut in stelling gebracht. (350, 305, 240 en 220 mm) Uit de omgeving van Keulen zijn 3 Volksartillerie Korpsen aangevoerd, evenals 3 Volkswerfer Brigaden uit Trier.

Op 16 december om half zes ’s morgens daalt uit al deze geschutsmonden een stroom van vuur en ijzer neer op de Amerikaanse stellingen in de sector. Plotseling barstte het Spookfront over de hele lengte los in vuur en vlam. Het hele gewicht van de artillerie, variërend van 400 mm spoorwegkanonnen tot 75 mm mortieren, kwam neer op de verraste Amerikanen van de twee divisies die het front bezet hielden. De grote aanval was begonnen! Een vol uur hield de beschieting aan. Telefoonlijnen werden afgerukt, kleine bunkers vernietigd, schuttersputjes stortten in en de Amerikaanse frontposities veranderden in een rokend, doorploegd maanlandschap. Toen hield het abrupt op. Een paar minuten lang heerste er een verbijsterende stilte terwijl de frontsoldaten die de beschieting hadden overleefd tot bezinning trachtten te komen en elkaar met doodsbleke gezichten en verwilderde ogen aankeken. Toen sneden er op sleutelposities over de gehele lengte van het front zoeklichten door de mist. Ze waren gericht op de wolken in een poging het licht naar beneden te laten weerkaatsen. (”Monty’s Moonlight”, een truc die men afgekeken had van de poging van Montgomery om een slagveld ’s nachts te verlichten door middel van zoeklichten). Ontzet en verbijsterd tuurden de Amerikaanse infanteristen in hun vernielde stellingen voor zich uit. In de vreemde gloed waren hun gezichten onwezenlijk wit. Wat gebeurde er allemaal? Daar kwamen ze. Plotseling verschenen de eerste spookachtige figuren in hun witte camouflagejassen. Langzaam en onheilspellend stapten ze in rijen van twintig met de wapens in de aanslag naar voren, terwijl achter hen de eerste tanks het bos uitrolden en de dennen op hun pad als lucifershoutjes afbraken, zodat de infanteristen die op de tanks zaten bedolven werden onder de sneeuw. Het was niet te geloven.

Dit was het SPOOKFRONT.

Hier was sinds september niets meer gebeurd. Ze waren hier gekomen om te oefenen, niet om te vechten. Dat had de legerleiding hen toch voorgehouden. Niemand had hen voor zoiets gewaarschuwd. Maar de KRAUTS …….vielen aan met duizenden tegelijk!!

16 december: (uur-U)
05:15: order n°10697/44 (bevel-order van v.Rundstedt) geeft het bevel tot de aanval.
05:35: De aanval begint; 620 stuks artillerie en 35 "Granatwerfer" openen het vuur op de Amerikaanse linies.

Onmiddellijk nadat de kanonnen zwijgen, bestormt de Duitse infanterie de Amerikaanse voorposten. Er rolde een overweldigende massa Duitse infanterie en pantservoertuigen over de twee divisies in het Noorden. De 99º had nog geen enkele gevechtservaring en de 2º had in de afgelopen novembermaand zware verliezen geleden in het Hürtgenwald. De Duitse aanval was een volslagen verrassing.
Als er die sneeuwachtige, mistige dag een vliegtuig had kunnen opstijgen, zou het van boven af gezien geleken hebben alsof er een dikke grijze vinger in de kakikleurige buik van het Amerikaanse leger gestoken was, die steeds dieper doordouwde. De beschrijving was zeer toepasselijk. Bij het verstrijken van die lange bittere dag ging het slagveld in het afgelegen grensgebied steeds meer op een buikje lijken, waarbij de Amerikanen ten Noorden en ten Zuiden van de moordpartij de flanken bezet hielden en de inkeping snel dieper werd en in westelijke richting doorzette naar de strategisch gelegen Maas.

Op diezelfde ochtend was een patrouille van de 99º Infantry Division, opgeschrikt door de hevige beschietingen, behoedzaam op weg naar het dorpje Lanzerath. Het handjevol onervaren soldaten, onder aanvoering van1º Lieutenant Lyle Brouck, een eenentwintigjarige kleine gedrongen en vastberaden man, kon niet weten dat zij op weg waren naar hun eerste en tevens laatste actie: Lanzerath bevond zich midden op het pad van de 1º SS Panzerdivision die een snelle doorbraak naar de Maas wilde forceren. Terwijl de geluiden van het bombardement wegstierven in de heuvels achter hen, kropen de mannen van de kleine patrouille over de besneeuwde weg naar het kleine witgeschilderde dorpje rond de kerk met zijn pannendak. Intussen zagen ze de eerste tankdestroyers en pantservoertuigen van hun buren, de 14º Cavalry, verschijnen, al op weg naar de veilige achterhoede. Toch gingen ze verder, nerveus, gespannen en beladen met munitie, want zo groen als ze waren, verwachtten ze deze dag toch moeilijkheden. En die zouden ze al snel krijgen. Ze gingen het dorp in. Ongeveer honderd meter verder, aan de linkerkant van de enige straat van het dorp, stond een gebouw dat door de mannen van de 14º Cavalry in de steek was gelaten. Voorzichtig langs de muren van de huizen glijdend gingen de mannen van Lieutenant Bouck erop af. Het gebouw vormde de beste uitkijkpost in het dorp, vanwaar men recht Duitsland in kon kijken. Misschien konden ze er daar achter komen wat die enorme beschieting te betekenen had. Met een handgebaar bracht Lieutenant Bouck zijn mannen tot staan. Hij wees naar voren. Vier van hen krabbelden overeind en voerden een aanval uit op het huis. Ze namen geen enkel risico. De eerste aanvaller was Private James, een negentienjarige agressieve militair. Hij gooide de deur open en rende het huis binnen, waarin een zware lucht hing van dieren en menselijk zweet. Niets te zien, behalve her en der verspreid liggende uitrustingsstukken die achtergelaten waren door Amerikaanse soldaten. Toen stormde hij de trap op naar de eerste verdieping – en bleef plotseling staan. Naast het raam dat op Duitsland uitkeek, zat een zware man in burger rustig een gesprek te voeren over de civiele telefoonlijn. Terwijl de man zich haastig omdraaide, rukte James zijn bajonet uit de schede en porde de man ermee in zijn buik: ”handen omhoog”, gromde hij. Hoewel hij engels sprak, begreep de man hem meteen. Zijn handen schoten de lucht in. Ademloos rende Lieutenant Bouck de kamer binnen. James was ervoor om de man te doden. Het was duidelijk een Duitse spion die de Amerikaanse bewegingen rapporteerde aan de vijand aan de andere kant van de grens. Bouck was het niet met hem eens. Als de Duitsers kwamen en hen gevangen namen, zou het er slecht voor hen uitzien als er een morsdode Duitse spion in hun stelling lag. ”Laat hem gaan” beval hij. Onwillig gebaarde James – die voor het einde van de dag zwaargewond en krijgsgevangen zou zijn (net als Bouck) – met zijn bajonet naar de man en riep: ”Weg wezen”. Dat hoefde hij de spion geen twee keer te zeggen. Met een brede grijns verdween hij langs de trap. Even later rende hij door de dorpsstraat in de richting van das Reich. Een uur later wemelde het in de velden rondom Lanzerath van Duitse paratroepen die op weg waren naar Bouck’s mannen. Toen de avond viel, waren de achttien mannen van Bouck allemaal dood, gewond of krijgsgevangen, en dat allemaal door toedoen van de Duitse infiltrant en tientallen mensen als hij, die overal door de Amerikaanse linies glipten en de weg bereidden voor de grote opmars naar de Maas.

In het Noorden baant de 277e Volksgrenadier Division de weg voor de 12e SS Panzerdivision. In het middengedeelte van het aanvalsfront slaat de 12e VGD een bres waar het 1e SS Panzerregiment door kan stromen. Het vormt de rechtergroep van de 1e SS Panzerdivision ”LAH”; omvat het merendeel van de tanks van de divisie en wordt genoemd naar zijn bevelvoerder: Kampfgruppe Peiper. Erbij aangesloten zijn onderdelen van de 150e Brigade van Otto Skorzeny. Deze laatste Brigade is opgesteld naar een idee van Adolf Hitler zelf en telde uiteindelijk 2000 man. Een aantal van hen draagt  Amerikaanse uniformen en rijdt  in buitgemaakte Amerikaanse voertuigen. Ook werden Duitse voertuigen gebruikt met een Amerikaanse uitstraling. Hun speciale opdracht bestond erin op een geschikt moment voor de Kampfgruppe Peiper uit te rijden, daarna vermomd als Amerikaanse eenheid op de terugtocht de drie bruggen over de Maas bij Huy, Amay en Engis bij verrassing te veroveren en ze tot de komst van de Duitse hoofdmacht bezet te houden. Op de eerste dag, zaterdag 16 december, hebben ze met acht groepen in jeeps met elk 4 ”onechte GI’s” achter de Amerikaanse linies sabotage- en inlichtingentaken verricht, vooral het verdraaien van wegwijzers en het doorknippen van telefoonverbindingen. Om 10 uur trekt de 12e VGD al door Losheim op weg naar Losheimergraben. In de sector Ormont-Krewinkel vertragen mijnenvelden de opmars van de 3e Fallschirmjägerdivision, die zich daardoor gedwongen ziet de hulp in te roepen van geniesoldaten van de 1e SS Panzerdivision.

Ten noorden van de Ardennen gaat de 2e Infantry Division (Robertson) nog door met zijn op 15 december begonnen aanvallen op de Rurdammen. De 99e Infantry Division (Lauer) biedt voor Krinkelt-Rocherath weerstand aan de druk van de 277e VGD, die versterkt is met het gemechaniseerde pantsergeschut (Sturmgeschütze) van de 12e SS Panzerdivision (Hitlerjugend). In het midden van het aanvalsfront slaagt de 12e VGD erin langs de spoorbaan tussen Buchholz en Büttingen verder op te trekken, terwijl de rechtergroep van dezelfde divisie nog steeds verwikkeld is de strijd om Losheimergraben. Nadat de Duitse 3e Fallschirmjägerdivision zich eindelijk een weg door de mijnenvelden heeft weten te banen, verdrijft zij de Amerikaanse 14e Cavalry Group uit haar stellingen. Na een aantal verwikkelingen bij het zoeken van de weg in de omgeving van Losheim, dringt de voorhoede van de Kampfgruppe Peiper kort voor middernacht Lanzerath binnen. In Spa, op het hoofdkwartier van het 1e Amerikaanse Leger, reageert men pas om 17:30 uur, m.a.w. 11 tot 12 uur na het begin van de aanval. Generaal Hodges (Amerikaanse 1e Leger) krijgt dan in opdracht van Eisenhower en met instemming van Generaal Simpson (Amerikaanse 9e Leger) uit diens 7e Corps (Collins) de 7e Armoured Division (Hasbrouck) ter beschikking gesteld.

08:00: Kampfgruppe Peiper staat in colonne te wachten achter de 12'VGD, welke een doorbraak hadden moeten forceren bij Losheimergraben; Peiper's tanks zitten in een opstopping tussen Blankenheim en Scheid.
14:00: Peiper is op het hoofdkwartier van de 12'VGD (Volks Grenadier Division) van generaal Engel.
16:30: Peiper geeft bevel om de colonne in beweging te zetten. Bij Scheid blijken de genietropen van de 12'VGD niet in staat de brug te repareren; Peiper’s complete colonne dendert langs de VGD, laat de brug links liggen, neemt een smalle landweg en passeert het spoor enkele honderden meters verderop. Er komt eindelijk schot in de opmars maar het oponthoud heeft hem enkele kostbare uren gekost: van verrassing is geen sprake meer.
21:30: Losheim reached. Korps orders a detour, Peiper is to move to the west of Lanzerath. Fallschirmjägerregiment 9, 3. Fallschirmjägerdivision, reports heavy resistance from the woods near Büllingen. Forward two Pz. IVH drive on German mines when entering Hüllscheid. SS-Obersturmführer Erich Rumpf’s Pioniere clear minefield, but Sternebeck’s Panzer jumps on another mine SE of Merscheidt, he switches to Asmussen’s Panzer. After finding his Kommando-Panther 001 having engine trouble, Jochen Peiper switches to the command SPW of Jupp Diefenthal, commanding Peiper’s old III.Bat.
22:00: Königstiger of s.SS-Pz.Abt. 501 catch up with the column.
24:00: SS-Kampfgruppe Peiper reaches Lanzerath, losses amounted to 3 Panzer and 2 SPW. Peiper meets with Oberst Hoffmann (Fallschirmjägerreg. 9) at his HK at Café Palm. In a bad mood, he demands to know why he halted. He said he heard that Battalion reported a strong opposition. Peiper knows it is just gossip, mad at Hoffman, demands a Fallschirmjägerabteilung to be placed under his command. Attack is delayed, Fallschirmjäger do not wish to attack, the Waffen-SS Panzer suffer loss of time, again.

Op 16 december 1944 liep de colonne bij Losheim gelijk hopeloos vast vanwege de uitgeschakelde spoorbrug. Peiper werd razend en orderde alle voertuigen aan de kant zodat hij naar voren kon. Hij l eidde de eenheid persoonlijk over een gedeelte dat lager was, en via de rails wist hij de colonne weer op de juiste weg te krijgen naar Losheim. Kostbare tijd was verloren en Peiper spoedde zich in het donker naar Lanzerath waar hij 's avonds om 23.00 uur aankwam. Op 17 december, om 5 uur werd Buchholz bereikt. Hier liep alles weer vast vanwege de terugtrekkende Amerikanen. Peiper wachtte tot er een gat in de colonne van Amerikanen viel en daar liet hij zijn eenheid in plaats nemen. In het donker werden de Duitse tanks door wit gehandschoende Fallschirmjäger begeleidt. In Honsfeld, waar de rustplaats voor het 394th Regiment van de 99th US Infantry Division was, kwamen de meerijdende Fallschirmjäger van de Panther tanks af en begonnen Amerikaanse soldaten gevangen te nemen. Diegene die waagde te ontsnappen werden neergeschoten. Hier begon ook het soms koelbloedig doden van krijgsgevangen. In Honsfeld werden 19 Amerikanen vermoord. Zestig voertuigen en vijftien anti-tank kanonnen werden buit gemaakt.

17 december: (uur-U + 1)
04:00: assault on the Büllingen woods, II./FJÄ.Reg. 9 (Major Taubert) takes the lead. The Panzer commanders communicate by radio, the Fallschirmjäger lead with white handkerchiefs. No opposition encountered near the woods, Jochen mad about the loss of time. Americans fleeing at the other side of the woods, at Buchholz railway station. The Vierlinge follow the tracks of the Panzer in the snow, are taken under fire by American MG and AT, but suffer no damage, open fire and silence the enemy fire.

Zondagmorgen de 17e trekt de Amerikaanse 7e Armoured Division door Stavelot en Malmedy en bereikt in een geforceerde formatie zijn verzamelgebied bij Vielsalm. Nadat zij uit Heerlen-Landgraaf NL is vertrokken heeft deze strijdmacht zich niet in een rechte lijn maar in een hoek van 90º moeten verplaatsen. De Amerikaanse 1111e CE (Combat Engineers) van kolonel Anderson, sinds oktober gestationeerd in het gebied van Trois-Ponts, Stavelot en Malmedy, krijgt een alarmmelding van de gevechtsgenie uit de commandopost van Luitenant-kolonel Pergrin in Malmedy. Vanaf 10:30 uur laat deze wegversperringen aanleggen aan de noordelijke, oostelijke en zuidelijke ingang van de stad. Kort na 7:20 uur geeft Generaal-majoor Gerow van het Amerikaanse 5e Corps aan zijn 2e Infantry Division het marsbevel de aanval, die ze sinds 2 dagen in noordelijke richting uitvoert, af te breken en haar gevechtseenheden over te brengen naar de bedreigde zone Krinkelt-Rocherath, waar de weerstand van de 99e Infantry Division dreigt in te storten.

Om 14:00 uur bezet de 12e VGD het kruispunt bij Losheimergraben. Op hetzelfde tijdstip dringt de Kampfgruppe Peiper Ligneuville binnen, waar zich het HQ van de Amerikaanse Generaal Timberlake’s 49e AAA Brigade bevindt. Vlak voor Ligneuville, op het kruispunt van Baugnez, onderschept de voorhoede van Peiper’s colonne de Battery B van de Artillery Observation Battery (AOB) van de 7e Armoured Division, 285e Bataillon. De Amerikanen worden overmeesterd, gevangen genomen en verzameld in een weiland rechts van de weg, die van Baugnez naar Ligneuville loopt. Wanneer later in de middag de Duitse hoofdmacht op het kruispunt arriveert, zijn 71 Amerikaanse soldaten neergeschoten.

04:30: Peiper’s Spitze rushes Honsfeld, GI’s are taken by surprise, AT guns and halftracks are unmanned, surprise is complete. Around this time, SS-Kampfgruppe Hansen starts entering the offensive.
05:40: Bulk of the SS-Kampfgruppe rumbles through Honsfeld. The leading 2 Wirbelwinds are taken out by American AT guns. The third Vierlinge opens up and silences the cannons. When they reach the middle of the town, they are taken under fire again from the windows of the surrounding houses. The fire is answered, and soon the Americans surrender. Many dead and wounded on both sides. The Kp.Fhr. for the FlaK units, SS-Obersturmführer Vögler, who was in the first vehicle, was slightly wounded. Panther 232 and 235 are also taken out by AT gunfire when riding through Honsfeld. A Königstiger who rumbled along, carrying Fallschirmjäger, took four hits but destroyed the two firing AT guns without taking any damage itself whatsoever. The Fallschirmjäger pass on captured food, drinks and cigarettes to the passing Königstiger crews.
06:00: Peiper moves out of Honsfeld, on to Büllingen. 2 km S of the city, 12 spotter planes were destroyed on the ground, a 13th got away.
08:05: SS-Kampfgruppe Peiper drives into Büllingen, loss of one Pz. IVH outside the city, crew shot down while attempting to leave the vehicle. Sternebeck and Georg Preuss break through the defence, despite heavy AA and MG fire. After house-to-house fighting, the Americans stop the fight and surrender. They find the Fuel depot on the market, and some US POW’s are made to refuel the Panzer. Preuss is put forward by Peiper for the Ritterkreuz, although he didn’t like him.
10:00: The Panzerspizte, rested and refueled, roars out of Büllingen and continues SW towards Möderscheid and Amel, not N towards Elsenborn as the Americans anticipate. Sternebeck did not notice he took the wrong turn, and went N of Büllingen towards Wirtzfeld. When, 1 km outside Büllingen, a Pz. IVH was hit in the tower, killing the commander, he realized he had taken the wrong turn. He detoured, and drove direction Bütgenbach. He ran into American doctors, who offered him the surrender of Fieldhospital 47, but Sternebeck wasn’t interested and drove on. He, his own Pz. IVH together with SS-Hauptscharführer August Tonk’s Pz. IVH and the 2 SPW from 9.Pz.Pio.Kp. linked up with Peiper again at the crossroads NO of Amel, near point 616.
Following Möderscheid, the Spitze continued towards Schoppen. Because of the bad condition of the roads, they advance very slowly. After the capture of a US Lt-Colonel just outside Thirimont, Jochen learns that General Timberlake had set up the HQ of the 49th AA-Art. at Ligneuville, and orders his Panzerspizte to push on hard. This radio-message is received by Sternebeck, who is located at the Baugnez crossroads.
11:00: The Kampfgruppe drives through Thirimont. 10.Kp./SS-Pz.Gren.Reg. 2, with Peiper right behind them, drives on to Ligneuville through very difficult terrain, several detours have to be taken.
13:00: Panzerspizte (Sternebeck) reaches Ligneuville. They find no American units in the centre of the town, so they halt in front of the bridge over the Amblève. Peiper ordered to seize the bridge intact. The Pioniere crawl forwards and check the bridge for explosives. A machinegun opens up, several men get wounded. The enemy machineguns are silenced. The Americans left in such a hurry, that the SS men found their meals at the Hotel Moulin still on table, the cigarettes still smoking and the glasses half-empty. Within ten minutes, the bulk of Peiper’s forces will arive. The Spitze witnesses how a battalion of US Sherman tanks (Captain Green), from 9th Armoured Division, prepares itself for combat outside the town.

In Trois-Ponts, op de commandopost van het 1111e Regiment CE vraagt Col. Anderson zijn 51e Bataillon in Melreux om een Compagny versterking te sturen. Daarom trekt om 17:00 uur een Platoon geniesoldaten vanuit La Gleize naar Stavelot met de opdracht de brug over de Amblève van springladingen te voorzien. Op hetzelfde moment dat de Amerikaanse Task Force Hansen Malmedy binnenrijdt, d.w.z. rond 21:30 uur, wil Sergeant Hensel de brug daar opblazen, maar zonder succes. In de schemering vorderen eenheden van de 7e Armoured Division slechts langzaam op het traject Vielsalm-Recht, omdat de weg verstopt is door eenheden van de Amerikaanse 14e Cavalry Group, die daar een geforceerde hergroepering aan het uitvoeren zijn. Gelijktijdig zet het 1e Panzer Grenadierregiment van Hansen ongehinderd zijn opmars voort in de richting Recht.

13:10: SS-Kampfgruppe arrives at Ligneuville, fierce combat breaks out between the German and American tanks. The Shermans are all knocked out, and Green was captured. Preuß’ 10.Kp. entered combat with US Armoured battalion 14. Arndt Fisher remembers how:
“My Panther arrived at Ligneuville ten minutes after the Panzerspizte, and was knocked out there from behind, it was an ambush. Peiper gave us cover fire when we left our tank from his SPW, we were taken under fire by small arms. I was terribly burned, we had spilled oil on our uniforms at Büllingen. Peiper, who give me first aid, was so irritated that he put on the bandage backwards.” A Schützenpanzerwagen from 11.(gep.)Kp. was also taken out. Peiper wanted to destroy the Sherman A3 with a Panzerfaust, but a soldier from 11.Kp. beat him to it.
17:00: SS-Kampfgruppe Peiper continues W, through Pont et Lodomez towards Stavelot and spends the night at Vaulx-Richard. Wilhelm Mohnke, divisional commander of the Leibstandarte, set up his HK at Ligneuville (Hotel Moulin), and Peiper stays at Ligneuville to discuss the situation with him. SS-Sturmbannführer Werner Pötschke takes over command in the meantime.

18 december: (uur-U +2)

01:00: Peiper and his group are located in the western part of Vaulx-Richard. SS-Obersturmführer Kremser’s 1.Pz.Kp. is send to the front to prepare for the attack on Stavelot, at the front is Pantherzug 1 under SS-Untersturmführer Hans Hennecke. SS-Obersturmführer Christ’s 2.Pz.Kp. and Diefenthal’s III. are right behind them. This replaced the Sternebeck Panzerspizte, and 6. and 7.Pz.Kp, along with 3.(gep.)Pi.Kp. were held back. Pötsche had, with his communicationsofficer, scouted the area the night before the attack.
02:00: 11.(gep.)Kp./III., SS-Obersturmführer Heinz Tomhardt attacks Stokeu, outskirts of Stavelot, with Zug 1 (SS-Untersturmführer Wille Horn) and 4 (SS-Oberscharführer Rudi Rayer) who engaged the Americans without the support of the SPW’s. They managed to seize the bridge, but were attacked by American tanks and taken under fire by machineguns. Tomhardt was wounded and Horn was killed, Rayer took over command. 9.(Pio.)Kp./SS-Pz.Reg.1 checked the bridge for explosives; it was clear. Immediately afterwards came the Panther of 1.Pz.Kp. (the leading tank was that of SS-Oberscharführer Erich Strelow), who saw 2 American 57mm AT guns blocking his path, apparently the SS-Panzergrenadiere has missed these. He drove on hard, rode over the first two guns and crossed the bridge where he drove over another AT gun. Hennecke’s 111 was taken out in front of the bridge, but he switched to Kremser’s Panzer and took over command of 1.Pz.Kp.

Maandagmorgen de 18e betrekt de Amerikaanse 1e Infantry Division van Generaal Andrus een positie, die de avond tevoren was verkend door Col. Sutherland en van hem de naam ”Domein Bütchenbach” gekregen had.De 12e VGD en de 12e SS Panzerdivision maken zich klaar voor een aanval in de richting van Bütchenbach. Hoewel zij vanuit het noorden en het zuiden met omsingeling worden bedreigd, houden de Amerikanen in de tweelingdorpen Krinkelt-Rocherath nog altijd stand. De laatste verdedigers van Hünningen zijn ’s nachts weggetrokken. In Recht marcheert het 1e SS Panzergrenadierregiment (Hansen) verder naar Poteau en loopt vervolgens bij Born onderdelen van de 14e Cavalry Group onder de voet, die daar op de terugtocht zijn. Op hetzelfde moment krijgt Combat Command A (CCA) van de Amerikaanse 7e Armoured Division bevel stand te houden in Poteau.Voor het aanbreken van de dag op de 18e komt uit Malmedy een Compagny van het Amerikaanse 526e BIB samen met een Platoon van de 825e BTD (TF Hansen) om stellingen te betrekken in Stavelot.

08:00: Peiper valt de stad aan. Nadat zijn tanks de zwakke Amerikaanse verdediging snel hebben doorbroken, bereiken zij over de onbeschadigde brug de andere oever van de Amblève.In de samenhang met deze actie stuur de Obersturmbannführer zijn 6e en 7e Kompanie Mark IV tanks in de richting van Wanne om een doorgang langs het Zuiden te zoeken. Door haar opdracht om te zorgen voor dekking van de noordflank van het offensief, rukt de Duitse 3e Fallschirmjägerdivision verder op in de zone Waimes-Faymonville. Deze morgen, 18 december, wordt het Skorzeny duidelijk dat er geen sprake meer van kan zijn dat hij de bruggen over de Maas nog bij verrassing zou kunnen nemen. Hij besluit daarom zijn Brigade 150 ter beschikking te stellen van het 1e SS Panzerkorps.

Hennecke wasted no time and rode over the bridge, two Panther (SS-Untersturmführer Heubeck and SS-Oberscharführer Thomas) of his Kp. following him. Outside Stavelot, the rest of SS-Kampfgruppe Peiper’s Panzer and Schützenpanzerwagen were lined up, waiting on a steep road. The Americans attacked the left flank of the column, but this was repulsed by Diefenthal, who afterwards, at the head of his Batallion attacked Stavelot and kept the bridge open. He received the Ritterkreuz for this. Belgian Zivillisten (civilians, thus partisans) and American soldiers alike fired at Diefenthal’s III.Abt. at Stavelot. Peiper did not know that, N of Stavelot, there was a huge fuel depot at Francorchamps. The Panzer did not go further than they had to, and turned left at the market, heading W towards Trois Ponts following the N23.
12:00: Right before the 2 important railway bridges in Trois Ponts, the Americans had laid down a minefield of some 20-25 mines. Strelow, in the forward Panther, climbed out of his tank, cleared all the mines while his gunner took out an AT gun and a MG nest. When the attack started, the left bridge (over the Amblève) exploded. Jochen Peiper and Pötschke came to watch the situation on foot. Peiper wanted to go south towards Werbomont, but because the two bridges over the Amel and the Salm rivers were already blown up, he took the road to the north, following the N33.
13:00: The Panzerspizte (1.Pz.Kp.- Hennecke) reaches La Gleize, after having passed through Coo. There, it turned SW towards Cheneux to get back on the N23, Rollbahn D. Second bridge at Trois Ponts, over the Salm is also blown up.

Na verbitterde gevechten dringen de 277e VGD en de 12e SS Panzerdivision Krinkelt-Rocherath binnen.

De 12e VGD en de linkergroep van de 12e SS Panzerdivision bereiden zich nog altijd voor op de verovering van Bütgenbach. Op de Elsenborn-Ridge en in Robertville hebben de Amerikanen artillerieversterkingen aangevoerd.Onder druk van Peiper trekken onderdelen van Stosstruppe Hansen in wanorde terug uit Stavelot naar Francorchamps en Malmedy.Tussen Stavelot en Francorchamps hebben de Amerikanen langs de kant van de weg een benzinedepot opgeslagen van 3 miljoen liter. Sinds 8 dagen wordt dit depot bewaakt door Belgische fuseliers van het 5e Bataillon. Van voorbijkomende GI’s horen ze dat zich tussen hen en de Duitsers geen enkele geallieerde strijdmacht meer bevindt.Gegeven deze situatie aarzelen de Belgische soldaten geen ogenblijk en steken de drie eerste stapels van 5000 jerrycans in brand.Peiper vervolgt zijn doel en bereikt tegen 11:15 uur Trois-Ponts; juist op het moment dat de brug over de Amblève door een explosie wordt opgetild en instort. Omdat hij hier niet verder kan besluit Peiper zijn tocht langs rijksweg N23 te vervolgen, via een omweg over La Gleize-Cheneux-Rahier.Op de hellingen van La Gleize wordt het lange lint van Duitse tanks het doelwit van de 9e US Air Force.In overeenstemming met het haar gegeven bevel oefent Combat Command A (CCA) van de 7e Amerikaanse Armoured Division druk uit op het vitale kruispunt in Poteau.

13:30: Panzerspizte passed the undamaged bridge over the Amel at Cheneux.13:35:With the weather clearing up for the first time since the offensive, 4 P47 (Thunderbolts) spot the column and attack.
14:40: 16 P47’s attack the strung out SS column all the back to Lodomez, before Stavelot. Pötschke takes cover under a tank, Peiper takes cover in a ditch.
16:10: Attacks end. A total of 3 Panzer, two Pz.V and one Pz.IVH and 5 Schützenpanzer were destroyed, some 40 men are wounded. A Wirbelwind shot down one P47, several other are damaged. The medical treatment and the towing of the damaged vehicles took hours.

De 277e VGD valt aan in de richting Wirtzfeld, waar zich de commandopost van de US General Robertson bevindt. Diens 2e Infantry Division moet op dezelfde tijd weerstand bieden aan de 12e SS Panzerdivision. De 12e VGD en de linkergroep van de 12e SS Panzerdivision staan op een steenworp afstand van Bütchenbach. De 3e Fallschirmjägerdivision bereikt het dorp Faymonville. De colonne van Peiper heft een tweede luchtaanval te verwerken gekregen in de buurt van Cheneux. Op het moment dat zij Neufmoulin bereikt, vliegt de brug van de Lienne in de lucht. De A-Company van het 291e Bataillon, 1111e Regiment CE had de springladingen nog op het nippertje kunnen aanbrengen. Gelijkertijd marcheert 2e Bataillon van het 119e Regiment, 30e Infantry Division naar de voet van de helling van Werbomont. Vanuit Remouchamps laat Col. Sutherland van het 1e en 3e Bataillon oprukken in de richting van Stoumont. In Francorchamps en Spa is een onafgebroken stroom vrachtwagens begonnen aan de ontruiming van het benzinedepot (7 miljoen liter). Het hoofdkwartier van het Amerikaanse 1e Leger wordt van Spa terug verlegd naar Chaudfontaine. Noordoostelijk van Peiper bereiken het 117e en 120e Regiment van de 30e Infantry Division de omgeving van Stavelot en Malmedy.In het zuiden houdt Combat Command A (CCA) van de 7e Armoured Division stand in Poteau. Sinds de middag is de druk van het 1e SS Panzer Grenadierregiment van Hansen toegenomen. Gelet op de toestand in Recht besluit de Spähtrupp van Knittel aansluiting te vinden bij de Kampfgruppe Peiper.

16:30: SS-Kampfgruppe Knittel drives to Stavelot, Knittel rides ahead and meets with Peiper at the Cheneux bridge. Along with Knittel’s command, 6 Mk.IVH, 2 Zuge Pioniere in SPW and 3 Königstiger drive through Stavelot. The fourth is damaged and blocks the bridge.
20:00: The Spitze continued, and reached Chauveheid. Peiper gives Diefenthal the order to cross the bridge over the Lienne at Neufmoulin. When Diefenthal arrived, the bridge was blown up by a small group of men from the 291st US Engineer battalion. Peiper heard the explosion and arrived with his communications officer and some SPW’s. Peiper had to change routes again, and ordered 10. and 11.Kp. to scout for bridges across the Lienne that can carry his tanks. It had gotten dark by now.11.Kp. (Heinz Tomhardt) finds a small bridge near Les Forges and passed it, driving further south to the destroyed bridge at Neufmoulin. They could not locate the N23 and drove to Trou de Bras but were ordered by radio to return.

In de sector van Wirtzfeld worden de 99e en 2e Infantry Division met omsingeling bedreigd. Om 16:30 uur beginnen de 12e VGD en de 12e SS Panzerdivision hun aanval op Bütchenbach. De Amerikaanse artillerie slaagt erin de aanvallers bij de ingang van het dorp tot staan te brengen.In Neufmoulin laat Peiper zich niet ontmoedigen door de situatie die ontstaan is na het opblazen van de brug over de Lienne. Zijn panzers proberen, echter tevergeefs, het riviertje te doorwaden bij Nancy. Daarop stuurt hij verkenningseenheden naar de Lienne bij Chauveheid en de molen van Rahier. In de eerste bocht op de helling van Werbomont raken die slaags met het 2e Batallion van het 119e Infantry Regiment van de ”Old Hickory” Division.Rond dezelfde tijd wordt in Werbomont de 82e Airborne Division uitgeladen, die over de weg helemaal uit Reims is komen aanrijden. Tegen 21:00 uur valt de Duitse colonne terug op Rahier en verzamelt zich daarna voor de nacht in het St.Annabos bij de kapel tussen Stoumont en La Gleize. In de loop van de nacht legt het 3e Bataillon (119e IR, 30e ID) een verdedigingslinie aan bij de uitgang van Stoumont. Omstreeks middernacht keert de Panzer-verkenningsgroep van Knittel uit Stavelot terug in La Gleize. Zij wordt daarbij onder vuur genomen door eenheden van het 117e Infantry Regiment van de 30e ID, die zich sinds de namiddag in het noordelijk deel van de stad hebben gesetteld. Bij Malmedy krijgen de daar gevestigde zwakke Amerikaanse eenheden versterking in de vorm van het 120e IR van de 30e ID.

22:00: (SS-Obersturmführer Preuß) found a bridge 4 km NE of Neufmoulin at Moulin Rahier but it could not support any tanks. He drove on towards Chervon and Habiemont but was halted by 4 M10’s and 3 57mm AT guns from 823st US TD battalion. He lost three SPW’s and 15 SS-Panzergrenadiere. He was recalled by Peiper over the radio. Jochen got his Kampfgruppe together again, and drove back to La Gleize since he did not have the needed bridge equipment to construct bridges during the night. He would try an attack towards the West next day direction Stoumont. LW-FlaK.Abt. 84 stays at Cheneux to observe the other side of the Lienne river.
23:00: SS-Kampfgruppe Peiper rests between La Gleize and Stoumont. Only 5 Pz.IVH of 6.Pz.Kp. manage to reach Peiper’s group at around midnight, the rest doesn’t have enough fuel.
24:00: SS-Kampfgruppe Knittel links up with Peiper, he has been ordered N by Mohnke because Hansen’s Kampfgruppe did not advance far enough to aide Peiper. A small supply group manages to provide Peiper with enough fuel for his attack towards Stoumont. At this point, 22 Mk.IVH, 9. Mk.IVH and 27 Mk.VIB did even attain Stavelot because of fuel shortages or mechanical breakdown.

19 december: (uur-U +3)

Dinsdagmorgen de 19e verschijnt de US 9e Infantry Division van Generaal Andrus, komende uit het noorden, op de ”Elsenborn Ridge” De rechtergroep van de 12e SS Panzerdivision verlaat de sector Krinkelt-Rocherath en zwenkt af naar Büllingen. Die manoeuvre is ter voorbereiding van een beslissende aanval op Bütchenbach. Nadat alle eenheden verzameld zijn begint de aanval in de namiddag. Tengevolge van deze manoeuvre is de Duitse 227e VGD alleen (zonder SS) tegenover de geduchte Amerikaanse 2e Infantry Division komen te staan. Nadat hij in alle vroegte Knittel heeft teruggestuurd naar Stavelot, valt Peiper Stoumont aan. Om 10:00 uur is het dorp in zijn macht. Tegen het middaguur bereikt het 2e SS Panzer Grenadierregiment van Sandig Stavelot. Het heeft een flinke tijdsachterstand opgelopen. Tussen Heppenbach en Ligneuville was men over bospaden getrokken om de Amerikaanse artillerie te ontlopen, die hen zonder ophouden bestookte. De voorhoede van de 9e SS Panzerdivision dringt omstreeks 14:00 uur recht binnen, terwijl het 1e SS Panzer Grenadierregiment via Logbiermé op Wanne afstormt. De gevechtsgroep Combat Command A (CCA) van de 7e Armoured Division houdt stand in Poteau, terwijl de divisie-artillerie in die sector stellingen heeft betrokken te Hermanmont en Neuville, oostelijk van Vielsalm.  

08:00: Peiper attacks Stoumont with 7 Panther from 2.Pz.kp. (Christ), several Mk.IVH, Diefenthal’s Battalion, Rumpf’s 9.Pi.Kp. and the remaining Fallschirmjäger.
10:00: Stoumont captured by the SS, but Peiper’s group has no more fuel left to continue. The MK.IVH along with Rumpf’s SS Pioniere were sent back to La Gleize. Diefenthal was ordered to defend Stoumont with his unit. Peiper now only possed of 7 Panther, 2 Wirbelwind, 11.Kp (SPW) and one Zug from Sievers 3. Pioniere. Peiper pressed on with these units.
12:00: The first attack on Stoumont failed, they came under tremendous artillery fire, and Peiper pulled back to just before La Gleize.  Pötschke ordered a second assault sometime later, but the artillery was still raining down. He ordered Christ (2.Pz.Kp.) to advance, but he simply shook his head. Pötschke grabbed a Panzerfaust and pointed it to Christ and told him again to advance. He refused again. Pötschke positioned himself in front of the first Panther, aimed the Panzerfaust at the vehicle and ordered forwards, into the hail of artillery. The engine started, and the Panther moved towards the village, with shells raining down left and right. It entered the village, even made it to the church, but 200 m from the station a blast from the 90 mm AA stopped it. The 11.Kp. attacked from the south, on foot, while the other Panther attacked from the road. Some Americans surrendered, others retreated and the village was taken, at the cost of one damaged Panther. The Americans had disabled the 90mm gun before they fled. Peiper chased the fleeing Americans immediately with 5 Panther.

In de loop van de dag betrekt de Amerikaanse 9e ID stelling achter en links van de 2e ID, die nu terug begint te trekken op Elsenborn. In de ”Dom-Bütchenbach”-stelling krijgt de Amerikaanse 1e Infantry Division felle uitvallen te verduren van de 12e VGD en de 12e SS Panzerdivision. Na hevige gevechten aan de rand van het dorp trekken de Panzers bij het vallen van de duisternis met zware verliezen terug. Kort na 13:00 uur valt Peiper aan in de richting van Targnon, op zoek naar een doorwaadbare plaats in de Amblève. Hij wil nl. stroomopwaarts langs de Lienne rijksweg N23 zien te bereiken. Bij een afleidingsmanoeuvre voorbij het station van Stoumont stoten Duitse tanks op het Amerikaanse 740e tankbataljon, dat juist komt aangereden uit Remouchamps. Het harde gevecht dat losbarst, dwingt de SS terug te trekken op Targnon. Noordoostelijk van La Gleize dringen eenheden van het Amerikaanse 117e IR van de 30e ID Cour en Roanne binnen. Gezamenlijk moeten Knittel en Sandig blijven proberen Stavelot in handen te houden, omdat alleen daarlangs de Kampfgruppe Peiper bevoorraad kan worden. Het 117e IR echter, en vooral zijn artillerie, maken iedere beweging van de Duitsers onmogelijk. Daar komt bij dat Sandig in de loop van de nacht verneemt dat zijn 2e Bataillon (Schnelle) van de divisie-bevelhebber Generaal Mohnke zelf het bevel heeft gekregen zich in ijlmars bij de troepen in La Gleize te voegen. Gedurende de namiddag wordt het hoofdkwartier van de 1e SS Panzerdivision verplaatst van Schmidtheim naar Born. Het 504e en het 505e PIR van de 82e Airborne Division marcheren op naar het front.

13:00: Stavelot was recaptured during the night by the Americans, they had found almost no opposition. Stavelot was vital to the offensive, as it was in the route of the supply line. Americans were on the northern side, Germans on the southern edge. A counterattack was launched. The first Königstiger who approached the southern side of the village was immobilized. I.Bat. from SS-Kampfgruppe Sandig’s Panzergrenadiere rushed for the bridge to reclaim it, but are stopped by intense machinegun and mortar fire, and suffer heavy losses. Knittel, who has been send back by Peiper so secure his supply line through Stavelot, attacks from the west supported by 2 Königstiger. But the area was mined, so the 2 Tiger could not participate, and Knittel only managed to reach the western outskirts of the city. Sandig leaves I.Bat. where it is, and sends II.Bat. (SS-Sturmbannführer Herbert Schnelle) towards Wanne. When they arrive, Mohnke orders them to join Peiper.
15:00: Peiper runs into a numerically superior enemy, 3rd battalion from 119th US inf.reg., with 12 Shermans and 4 M10 TD’s. They were holding an excellent defensive position, namely there were the Amblève river, the N33 and the railroad run next to the each other, a valley of only 300 m wide. The Shermans opened up and 2 Panther were damaged, a third immobilized (caught fire) by an AT gun. Peiper withdrew to Stoumont. At this point, he had penetrated 100 km in the American lines, but he had no fuel left. He left Hennecke’s 1.Pz.Kp. to guard the station at Stoumont with III.Abt., Christ’s 2.Pz.Kp. to guard La Gleize from the NE. Peiper set up his HK at La Gleize, at the gardener’s house of the Froid Cour castle. The castle served as POW camp for the Americans.
19:30: The Americans, under pressure by the Waffen-SS who are eager to retake the bridge, blow up the bridge over the Amblève at Stavelot during a pause in the fighting. This ment that SS-Kampfgruppe Peiper was now trapped.

20 december: (uur-U + 4)

In het noorden leggen de Amerikaanse 99e, 2e en 9e Infantry Divisions een nieuwe verdedigingslinie aan op de ”Elsenborn Ridge”, terwijl de 1e Infantry Division stand houdt, en zal blijven houden, in Bütchenbach. Maandag 19 december tussen 15:00 en 16:00 uur roept Generaal Hodges uit de zgn. ”Zak van Stolberg” (bij Aken) de drie Task Forces terug, die samen de gevechtsgroep B (CCB) van de 3e Armoured Division vormen. Zij verzamelen zich in het gebied van Theux-La Reid. De 20e december rukt de TF Jordan via Desné al op naar Stoumont. Aan de noordkant van het dorp wordt deze strijdmacht tegengehouden door SS artillerie.. Het 1e en het 3e Bataillon van het Amerikaanse 119e IR van de 30e ID en het 740e Tank Bataillon veroveren rond het middaguur Targnon en stoten meteen door in de richting van Stoumont. Laat in de avond wordt daar het St.Eduard Preventorium (sanatorium), aan de westkant van het dorp, het toneel van verwoede gevechten. Het 504e PIR van de 82e Airborne Division maakt zich op voor de verovering van Cheneux, dat de avond tevoren door Peiper in staat van verdediging was gebracht.

14:00: Vanuit Spa valt de TF McGeorge aan in de richting van La Gleize. Op 300 meter van het dorpscentrum wordt deze tankgroep door een tegenaanval van de SS tot staan gebracht. De TF Lovelady tenslotte rijdt door het dal van Roannay op Trois Ponts aan. Tussen Trois Ponts en Stavelot (Petit-Spai) passeert het 1e SS Panzer Grenadierregiment over een lichtgebouwde brug de Amblève. Plotseling stort een Panzer IV met brugdek en al in de rivier. Vanaf dat moment kunnen alleen nog Panzergrenadiers te voet de Amblève oversteken. Dit incident verhindert niet dat de SS artillerie van Hansen, die op de hoogten boven Petit Spai staat opgesteld, de TF van Lovelady tot staan weet te brengen, zodra die zich op de weg naar Stavelot durft te vertonen. Gelijktijdig hiermee voeren andere eenheden van hetzelfde Panzer Grenadierregiment ten zuiden van Trois Ponts een aanval uit op de 82e Airborne Division (505e PIR).

21 december: (uur-U + 5)

Om 12:45 uur hervatten de drie Amerikaanse strijdkrachten, het 119e IR, het 740e Tank Bataillon en Task Force Jordan, gezamenlijk de aanval op Stoumont. Na een lange omweg door het bos krijgt het 2e Bataillon (119e IR) de opdracht om de weg Stoumont-La Gleize ter hoogte van het St.Annabos af te snijden. De operatie mislukt en de Amerikaanse Major McCown wordt gevangen genomen door de SS. De TF McGeorge besluit om ma de mislukte aanval van de vorige dag opnieuw druk uit te oefenen op La Gleize, maar nu vanuit het zuidoosten. Na uiterst bloedige gevechten met bajonetten en handgranaten verovert het 504e PIR bij het invallen van de duisternis Cheneux. In de loop van de nacht bereiken het 508e PIR en het 325e IR de linkeroever van de Salm. Aan het einde van deze donderdag 21 december bereikt de 82e luchtlandings-divisie een lijn die loopt van Trois Ponts over Grand Halleux, Vielsalm en Salmchâteau naar Hébronval. ’s Morgens oefent de 150e Brigade van Skorzeny druk uit op het zuiden van Malmedy. Terwijl bij Recht een groep tanks van de 9e SS Panzerdivision optrekken in de richting van Wanne, vallen de SS-ers tegelijk aan in de richting van Poteau. Dit alles mislukt door het afweergeschut van de Amerikaanse 7e Armoured Division. De sleutelstelling Elsenborn-Bütgenbach in het noorden houdt stand. Kort na 14:00 uur voltooien de drie samenwerkende Amerikaanse strijdkrachten de herovering van Stoumont. Gedurende de nacht had Peiper namelijk besloten zijn troepen terug te trekken in wat hij later ”der Kessel von La Gleize” zou noemen. Op 3 km afstand van dit bolwerk heeft het Amerikaanse 504º PIR (82º Airborne Division) de brug bij Cheneux in handen. Een kilometer ten noorden van La Gleize houden onderdelen van het 117º Rgt. (30º ID) het gehucht Borgoumont en een deel van het noordwestelijk gelegen bos bezet. In het zuidwesten oefent de Task Force Mcgeorge druk uit op de Duitse vluchtstelling.

20:00: De Luftwaffe probeert boven La Gleize een dropping uit te voeren. De te beperkt opgezette en haastig georganiseerde operatie mislukt.

Vanaf donderdag de 20º krijgt het 1º SS Panzergrenadierregiment (1º SS PZ) opdracht de verbinding met de omsingelde Kampfgruppe te herstellen. Eenheden van het 505º PIR en de Task Force Lovelady verhinderen dat. Het verloren gaan van de brug bij Petit-Spai is niet vreemd aan het mislukken van deze Duitse ontzettingspoging. Bulk of SS-Kampfgruppe Hansen arrives at Petit Spai, but a Pz.Jgr. IV destroys the bridge accidentally by driving over it. That bridge was now blocked as well.

22 december: (uur-U + 6)
In de omgeving van Wanne staat de panzergroep van de 9º SS-PZ gereed voor een aanval in zuidelijke richting. ’s Middags worden de dorpen Ennal en Grand-Halleux ingenomen. De Amerikaanse 7º Armored Division houdt nog altijd stand in Poteau. Bij Malmedy wordt de rechtergroep van Skorzeny tegengehouden bij Géromont. De uit Falize afdalende linkergroep wordt onder vuur genomen door de geniesoldaten van het 1111º Rgt. Gevechtsgenie, die verschanst liggen langs de spoorlijn. Ten westen van de stad bereiken, met de Amerikaanse ster beschilderde Duitse tanks, de papierfabriek bij de Warchebrug.

23 december: (uur-U + 7)

13:00: Omdat het weer voor luchtoperaties nog altijd slecht is, besluit de Amerikaanse legerleiding tot een zware artilleriebeschieting van La Gleize vanaf zaterdag 23 december. Deze wordt 15 uur volgehouden. Na middernacht zetten fosforgranaten het dorp in lichterlaaie. Laat in de avond ziet de Duitse divisieleiding in dat de situatie hopeloos is en geeft Peiper toestemming uit te breken.
03:00 uur: ’s Nachts steken de overlevende SS-ers van de Kampfgruppe in La Venne de Amblève over. Bij zonsopgang zijn ongeveer 800 man op de top van de Mont St.Victor en verbergen zich daar de rest van de dag in het bos.

Diezelfde morgen gaan de Panzergrenadiers van het 1º SS-regiment, volgens bevel, door met hun aanvallen vanuit het Zesmonnikenbos in de richting van Coo, maar zonder succes. De brug over de waterval van Coo vliegt op het middaguur in de lucht. Dit is het werk van de sappeurs van het 105º Genieregiment. Gegeven de situatie besluit Peiper op te breken zodra de avond valt. De Colonne steekt de rijksweg 23 over, verdwaalt even, maar komt tenslotte via Rochelinval aan de oever van de Salm. ’s Nachts snijden de SS-ers ten noorden van Bergeval de weg van St-Jacques naar de N23 af. Er ontstaat een vuurgevecht met Amerikaanse voertuigen, die daarlangs naar de rijksweg willen. Major McCown, die Peiper in zijn colonne had meegenomen, maakt van de verwarring gebruik om zich te bevrijden van zijn Duitse bewaker (Paul Fröhlich). Hij slaagt erin de linie van de 82º Airborne Division te bereiken.

Peiper gave up and flee back !

24 december: (uur-U + 8)
02:00: De SS-ers komen, bijna 24 uur nadat ze in La Gleize de Amblève overstaken, bij de Duitse bevelpost in Wanne aan. Op haar terugtocht uit La Gleize is de SS-kolonne ongemerkt dwars door de 505º PIR heengetrokken, dat zelf juist bezig was een terugtocht uit te voeren naar de lijn Trois-Ponts, Bra, Vaux-Chavanne.

De 23º trekken de Amerikaanse 7º en 9º Armored Divisions zich terug uit de Zak van St. Vith. Wanneer de laatste voertuigen van de 7º Vielsalm verlaten in de richting Werbomont, Harzé, Xhoris, dringt vanuit Poteau en Grand-Halleux de 9º SS-PZ er al binnen. Tegen de overmacht van het Amerikaanse geschut is de 150º brigade van Skorzeny niet in staat Malmedy te veroveren.
Op de ochtend van 24 december 1944 waren de Duitse pantsereenheden er nog steeds op gebrand de Maas te bereiken. In het zuidelijk deel van de operatie was de Duitse 2º Panzerdivision op weg naar Celles, dat slechts 8 kilometer van de Maas ligt. In het noorden bevond zijn naamgenoot, de 2º Panzerdivision van Dietrichs 6º SS Leger zich op dat moment nog slechts 6 km van de dichtstbijzijnde kruising op de belangrijke weg van Bastogne naar Luik, bij Manhay, terwijl Bastogne zelf omsingeld was, maar niet werd aangevallen. Hoewel de Duitse dreiging nog steeds zeer ernstig was en er nog hard en bitter gevochten zou worden voordat de aanvallers eindelijk verslagen zouden worden, wisten Dietrich en Von Manteuffel maar al te goed dat het laatste offensief in het Westen mislukt was.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

404739 views Battletours, Ardennen offensief
cron