Hoofdstukken:
1. Op weg naar de Maas; de strijd om "FUEL, CROSSROADS & BRIDGES"
2. Wacht an Rhein; Operation "Herbstnebel"
3. Kampfgruppe Peiper; van dag tot dag, van uur tot uur.
4. Hitler's maatregelen na 25 december 1944.
5. De conclusie van het Ardennenoffensief.

OP WEG NAAR DE MAAS

een opmars op tientallen fronten en honderden schermutselingen

Peiper’s route: Tondorf, Losheimergraben, Losheim, Lanzerath, Buchholz, Honsfeld, Büllingen, Moderscheid, Schoppen, Ondenval, Thirimont, Baugnez, Ligneuville, Pont, Stavelot, Trois Ponts, La Gleize, Stoumont, Cheneux, Rahier, Neufmoulin, Habiemont en Werbomont. Uiteindelijk gevlucht richting Wanne naar Petit Thier.

De geallieerde militaire top werd volkomen overrompeld op die zaterdag, 16 december 1944, toen het grote Duitse offensief begon dat de Amerikanen 77.000 doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen zou kosten en de Britten nog eens 1500. (de Duitsers verloren 84.000 man)
Het feit dat er vlak onder hun ogen 2 enorme tanklegers en 1 infanterieleger van in totaal ongeveer 600.000 man waren bijeen gebracht, was een schandaal van de eerste orde: het werd in de doofpot gestopt d.m.v. een tijdelijk nieuwsverbod van 48 uur en later door het knoeien met de betreffende documenten. Zelfs Strong, het hoofd van Eisenhower’s inlichtingendienst, kwam er bijna 25 jaar later pas achter dat er een geheim onderzoek was gedaan naar het falen van de toenmalige inlichtingendienst en hij heeft tot aan zijn dood niet kunnen verklaren hoe het mogelijk was dat beide kopieën van het betreffende weekrapport van de inlichtingendienst, waarvan het ene in London bewaard werd en het andere in Versailles, vernietigd werden. Persoonlijk denk ik dat men geen kristallen bol nodig heeft om de reden te achterhalen.
Het plan
Het plan van het Ardennenoffensief was een plan van Hitler om de meest noordelijke troepen van de geallieerden te vernietigen. Al sinds de zomermaanden van 1944 liep hij rond met de gedachte om nog één keer over te gaan tot een groot, succesvol offensief. Een militaire overwinning was namelijk noodzakelijk om mogelijke onderhandelingen over het beëindigen van het conflict, tot een goed einde te brengen.

Op 16 september overlegde Hitler voor het eerst met zijn militaire staf over dit plan. Nadat Hitler van Von Rundstedt de situatie in het westen had doorgekregen, besloot hij om op 25 september dieper op zijn plannen in te gaan. Met het oog op het operatiegebied zou een aanval aan het oostfront geen succes bieden. In het westen echter waren er wel degelijk mogelijkheden.

Er zijn meerdere oorzaken aan te voeren waarom Hitler de Ardennen koos als operatiegebied. Waarschijnlijk koos hij de Ardennen aangezien hij daar in 1940 zijn eerste opzienbarende succes had geboekt. Toen had hij het plan ‘Sichelschnitt’ laten uitvoeren, terwijl dit van te voren onmogelijk leek. Het plan werd toen eveneens door hem bedacht en de kansen op succes ervan waren geconcretiseerd door een van zijn beste strategen, Hasso von Manteuffel. Het uitgangspunt en de krachtverhoudingen waren toen echter anders dan eind 1944 het geval was. Waar hij toen zijn sterkste troepen op het gebied kon concentreren, moest hij nu op alle fronten tegelijkertijd vechten. Bovendien moest er rekening mee worden gehouden dat de vijand het luchtruim beheerste. Maar Hitler was mening dat de geallieerden in het noorden een sterkere aanvalsvleugel hadden dan in het zuiden en dat die zuidelijke vleugel in de sector van de Ardennen slechts matig bezet was. Door de vernietiging van twintig à dertig geallieerde divisies (van de in totaal 62 divisies) aan het Westfront, kon de strijd in het westen in één keer in Duits voordeel worden beslist.

Voorwaarde voor de voorgenomen operatie was dat de stellingen in het westen, met inbegrip van die in Nederland, behouden konden worden en dat de Westerschelde kon worden afgesloten. Daarbij moest de situatie aan het oostfront stabiel zijn, waardoor het geen beroep op de krachten van het reserveleger hoefde te doen. Er moest zekerheid bestaan dat de reserves aan manschappen voor de nabije toekomst aan het Westfront beschikbaar waren. Het belangrijkste was echter dat de voorste gevechtseenheden de tegenstander aan het front snel zouden verslaan, omdat de aanvalswig niet de noodzakelijke diepte bezat. Op 9 oktober legde Jodl nog één keer alle aanvalsmogelijkheden naast elkaar.

De verschillende mogelijkheden waren verdeeld in vijf operatieplannen:
Mogelijkheid 1
Operatie Nederland.
De aanval kon hier vanuit de sector Venlo in westelijke richting op Antwerpen ondernomen worden.


Mogelijkheid 2
Operatie Luik-Aken.
Een hoofdaanval kon uit de noordelijke punt van Luxemburg naar het noordwesten worden gericht. Hij moest daarna naar het noorden zwenken, om dan samen te vallen met een in zijn richting ondernomen nevenaanval vanuit het gebied ten noordwesten van Aken.


Mogelijkheid 3
Operatie Luxemburg.
Twee aanvalsspitsen uit het midden van Luxemburg en de sector Metz zouden in de sector Longwy bijeenkomen en het gebied van Minette bezetten.


Mogelijkheid 4
Operatie Lotharingen.
Twee aanvalsvleugels vanuit Metz en Baccarat (ten westen van de Vogezen) met het doel bij Nancy samen te komen.


Mogelijkheid 5
Operatie Elzas.
Twee aanvallen vanuit het gebied ten oosten van Epinal en Montbéliard, met het doel nabij Vespul samen te komen.

1. De grote doelstelling blijft.
2. Afdelingen met andere mening moeten overtuigd worden.

Model trachtte op 2 december nog een laatste poging om Hitler te bekeren, maar het mocht niet baten. Hij wees nog zo op de wanverhouding tussen sterkte en doelstelling, waarbij hij vooral de nadruk legde op de geallieerde overmacht in de lucht, maar Hitler bleef bij zijn besluit. Daarmee was het uiteindelijke besluit ten gunste van de ‘grote doelstelling’ gevallen. Op 11 en 12 december liet Hitler zijn generaals en divisiecommandanten van de Heeresgruppe B in zijn hoofdkwartier (nabij Bad Nauheim) bij elkaar komen. Hij wilde hun mededelen dat zijn besluit onveranderd bleef en de ‘grote doelstelling’ werd nagestreefd. Hij motiveerde het op politieke en militaire gronden. Of hij zijn gasten kon overtuigen, moet in het midden worden gelaten.
Op 1 november had de chef van de Wehrmachtführungsstab de stafchef van het Oberbefehl West de eerste marsorder toegezonden. De ‘Wacht am Rhein’, waarvan de bedoeling was de tegenstander ten noorden van de lijn Bastenaken-Brussel-Antwerpen te vernietigen, was de grote doelstelling. Het was de taak van de Heeresgruppe B om met drie legers door het geallieerde front te breken en enkele tactische plaatsen te bezetten. Van daaruit kon men dan de aanval op de afgesneden divisies inzetten. Om dit te bereiken moest het zesde pantserleger aan weerszijden van Luik de bruggen over de Maas in handen krijgen. Daarnaast moest er in noordelijke richting een sterk afweerfront worden gebouwd, waarna men moest doorstoten naar het Albertkanaal. Deze moest tussen Maastricht en Antwerpen in Duitse handen vallen, en de sector ten noorden van Antwerpen moest eveneens worden veroverd.
Tegelijkertijd moest het 5e pantserleger de Maas tussen Fumay en Namen oversteken en op de lijn Antwerpen-Brussel-Namen-Dinant verhinderen dat geallieerde reserves vanuit het westen het de achterhoede van het 6e pantserleger lastig zouden maken. Het 7e leger moest de zuidelijke en zuidwestelijke flank dekken, met als taak de Maas en de Semois te bereiken. Bovendien moest het ten oosten van Luxemburg aansluiting zoeken met het Moezelfront. De doorbraak van Heeresgruppe B zou later door ‘Heeresgruppe Student’ worden voltooid, zodra de tegenpartij sterkere eenheden begon in te zetten tegen de afsluiting tussen Roer en Maas of tegen het Albertkanaal.
Duitsland verkeerde tijdens de winter van 1944 al meer dan vijf jaar in staat van oorlog met de geallieerden. De grote verliezen in Frankrijk en Rusland noopten Hitler tot het afkondigen van een complete mobilisatie van mannen tussen 17 en 54 jaar. Zestienjarigen konden vrijwillig dienst nemen. Joseph Goebbels probeerde met behulp van propaganda het moreel van het volk op te krikken. Hij waarschuwde de bevolking voor de maatregelen die de geallieerden zouden nemen bij een Duitse nederlaag. Hij zette de Duitse bevolking voor het blok: overwinnen door het voeren van een ”Totaler Krieg” of weggevaagd worden. Velen kozen voor de eerste mogelijkheid. Deze maatregelen leverden het Duitse leger ongeveer een half miljoen extra soldaten op.

Hitler was ondertussen druk bezig met zijn plan voor een tegenaanval. De Russische legers waren tot stilstand gekomen en Hitler achtte hen pas in staat in februari 1945, als het ergste gedeelte van de winter achter de rug was, het offensief te hervatten. De Duitse troepen in Italië hielden stand tegen de geallieerden. In het westen was de opmars van de westelijke geallieerden tot stilstand gekomen vanwege het mislukken van Market Garden en het bevoorradingsprobleem. Hitler zag dit als het ideale moment voor een bliksemaanval op één van de fronten. Wanneer deze actie zou slagen, zouden er meer troepen beschikbaar zijn voor het andere fronten. Bij succes zou Duitsland een sterke positie bekleden tijdens eventuele vredesbesprekingen.
De Duitse wapenindustrie draaide tijdens de herfst van 1944 beter dan ooit tevoren. Er werden meer tanks, vliegtuigen en ander militair materieel geproduceerd dan ooit. Hiermee kon Hitler de half miljoen extra soldaten bewapenen en zelfs een compleet nieuw pantserleger uitrusten. Albert Speer, de rijksminister voor Bewapening en Oorlogsproductie, maakte Hitler er echter wel op attent dat deze troepen direct moesten worden ingezet, want indien Duitsland nog meer terrein zou moeten prijsgeven, zou dit grote gevolgen hebben voor de oorlogsindustrie. Zo zou bijvoorbeeld het verlies van de Roemeense olievelden van Ploesti of andere gebieden die onmisbare grondstoffen opleverden tot gevolg kunnen hebben dat de oorlogsindustrie tot stilstand zou komen. Een aparte rol speelde sinds november tevens de strikte geheimhouding en verscheidene misleidingmaatregelen. Er werden bevelen gegeven die de tegenstanders in verwarring moesten brengen. Door middel van valse seinen en beschildering van onderkomens, werd de opmars van een ‘25e leger’ in de sector Mönchengladbach-Keulen-Düsseldorf doorgeseind naar de geallieerden. Daarnaast werden er ook andere maatregelen getroffen om het voorgenomen offensief voor de tegenstander verborgen te houden. Alleen een kleine groep officieren wist van het plan, zodat de vijand er niets van zou komen te weten. Pas half november werden de commandanten op het slagveld ingelicht over het aanstaande offensief. Begin december volgden de divisiekaders, terwijl de regiment- en bataljonkaders pas op 12 december 1944 werden ingelicht. Het is duidelijk dat de geheimhouding een van de voorwaarden was voor het succes van het hele offensief. Er waren echter ook nadelen aan verbonden. Zo konden de troepen het bewuste slagveld niet eerst verkennen. Men bezat tot op de dag van de aanval geen idee van de gesteldheid van het terrein. Op 15 december waren de legers die aan het offensief zouden deelnemen in zijn geheel voorbereid en klaar om de aanval te openen.

Nadat Hitler begin december het offensief had vastgesteld op 10 december, werd het nog tot tweemaal toe uitgesteld. In de eerste plaats naar 12 december, maar vervolgens werd de datum vastgesteld op 16 december. Een dag voor het offensief zou starten, liet Hitler nog een bevel uitgaan naar Model om hem met nadruk te verplichten alle van de opperste leiding komende bevelen onvoorwaardelijk uit te voeren en de gehoorzaamheid tot aan de laagste eenheid af te dwingen.
Hitler verbood de pantsertroepen aan de oostzijde van de Maas af te slaan naar het noorden. Elke opeenhoping van de pantseronderdelen in de sector Luik moest worden voorkomen. Als alle troepen de vastgestelde regels zouden naleven, dan zou de operatie een groot succes moeten worden. In een telegram vaardigde Von Rundstedt in de vroege morgen van 16 december 1944 een dagorder uit aan de soldaten van het Westfront, waarin hij hen wees op het ‘grote moment’. In het telegram stond het volgende: "Draagt in u de heilige plicht alles te geven en het bovenmenselijke tot stand te brengen voor ons vaderland en onze Führer". Na een helse opening door de Duitse artillerie van een half uur viel het 6e pantserleger om zes uur in de ochtend aan. Het laatste, vertwijfelde Duitse offensief van de Tweede Wereldoorlog was begonnen.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

382143 views Battletours, Ardennen offensief
cron