1. Tondorf (Eifel)
Voordat hij de grens met België overstak had Peiper al een hele tour achter de rug. Materieel van de 6de Panzer-Armee was vanuit Westfalen half november aangevoerd via het spoor. De 1ste Panzerdivisie met o.a. Jochen Peiper werd eind november rond Stadtkill en Bliesheim opgebouwd. Rond 15 december vertrok Kampfgruppe Peiper vanuit Bliesheim richting het Bos van Schmidtheim. Peiper’s CP werd ingericht in Blankenheim. Op 16 december om 14:00 uur ging Peiper deelnemen aan het Ardennenoffensief vanuit Tondorf en Blankenheim richting Scheid en Losheim.

 



2. Nettersheim, Blankenheim, Schmidtheim, Dahlem, Kronenburg en Scheid
December 16 1944 02:00: Blankenheim, Germany – Departure Day: Dahlem, Hallschlag, Scheid, Losheim Night: Into Belgium, to Lanzerath De aanvangplaats voor de aanval was Losheim, de grens van Duitsland met België.  De spoorbrug bij Scheid was tijdens het terugtrekken van de Duitsers opgeblazen en deze was nog niet hersteld. De colonne liep vast. Peiper orderde alle voertuigen aan de kant zodat hij naar voren kon en leidde de eenheid persoonlijk over een gedeelte dat lager was, en via de rails wist hij de colonne weer op de juiste weg te krijgen naar Losheim. Kostbare tijd was verloren en Peiper spoedde zich in het donker naar Lanzerath waar hij 's avonds om 11 uur aankwam.

 

 

 

3. Losheim & Losheimergraben
Om 05.30, 16 december 1944 lanceerde het 1ste SS Panzer Corps en de 12de Volksgrenadier Divisie een grootschalig offensief tegen de stellingen van de US 99th met name het US 394th regiment. Tegenwoordig zijn deze stellingen nog steeds te vinden in de bossen rondom Losheimergraben.


4 Lanzerath
Terwijl de mannen vóór Peiper probeerden een doorbraak te verkrijgen in Losheim en Losheimergraben werd er een doorbraak verricht door de 3de Fallschirmjäger bij Lanzerath. Peiper kreeg hier bericht van en kreeg toen opdracht om richting Lanzerath te gaan, om van daaruit door te kunnen stoten. Hij kwam daar pas op de late avond van de 16de aan (rond de klok van 11). Hij trof in Café Scholz en in de omringende huizen slapende en rustende Fallschirmjäger aan.

Peiper werd woedend en maakte ruzie met de bevelhebber van de para's, omdat hij vond dat ze niet moesten rusten maar gewoon doorvechten en doorstoten. Peiper zorgt ervoor dat direct begonnen wordt met de voorbereidingen van het vervolg van de aanval. In dit gebouw vond de ruzie plaats, Peiper zou hier een kaart aan de wand hebben gespijkerd met 2 bajonetten. In Lanzerath had Peiper het gevoel dat 'het front in slaap gevallen was'. Dit klopt ook enigszins daar de doodvermoeide Duitse para's in de omringende huizen lagen te slapen of onderhoud pleegden en hun gewonde kameraden verzorgden. In ieder geval niet verder waren opgetrokken. Er waren meldingen van mijnen en Am. Troepen in de bossen achter Lanzerath. Mijnen waren er tussen Lanzerath en Buchholz. Een Panzer van de 6./SS Pz. Rgt.1 was op een mijn gelopen. Voor de bemanning van deze tank een geluk daar ze om deze reden pas op een later tijdstip bij de kruising te Baugnez arriveerden en zodoende vrij snel van de onderzoeken en ondervragingen in Schwäbisch Hall uitgesloten werden. 

Op 16 december 1944 was dit de plek van het 18 man sterke I&R (Intelligence and Reconnaissance) Platoon van het 394th Infantry Regiment, 99th Infantry Division onder leiding van de jonge (20 jaar) Lieutenant Lyle Bouck Jr. Zij waren op 10 december 1944 op deze plek aangekomen en namen hun posities in op een heuveltop in het meest noordelijke deel van het ‘Losheim Gap’. Vroeg in de morgen van 16 december, in een ijzig winters landschap, openden de Duitsers om 05:30 uur het artillerievuur hetgeen tot 07:00 uur duurde. Het vuur was niet doeltreffend en vernietigend op de posities van het I&R Platoon maar wel oorverdovend en beangstigend. Vervolgens zagen de mannen van het verkenningspeloton de terugtrekking van een eigen nabij gelegen anti-tank eenheid en krijgt Lieutenant Bouck te horen via de radioverbinding de eigen posities tegen elke prijs te verdedigen. De strijd die daarna losbarstte was er een van ongelijke sterkte. Toch lukte het aan het kleine Amerikaanse peloton, met ondersteuning van 4 soldaten van het observatie team van de 371st Field Artillery Battalion, 99th Infantry Division om drie Duitse aanvallen van een ongeveer 500 man tellend bataljon van het 9. Fallschirmjäger Regiment van de 3. Fallschirmjäger Division bijna de hele dag te weerstaan. Daarmee vertraagden zij 18 uur lang de opmars van de Duitse aanval en lieten zij daarbij ongeveer 60 dode en gewonde parachutisten achter op het slagveld. De weerstand van het peloton brak pas toen hun munitie opraakte, velen gewond waren geraakt en de radio vernietigd was. Lieutenant Bouck gaf zich toen pas over aan de vijand. Als krijgsgevangenen overleefden zij de oorlog en kregen de leden van dit verkenningspeloton pas laat (april 1979) de erkenning die hun moed verdiende en waarbij ze alsnog hoog werden gedecoreerd.

5. Bucholz
Op 17 december, om 05.00 uur werd Buchholz bereikt. Hier liep alles weer vast vanwege de terugtrekkende Amerikaanse 2nd Division. In deze sector lagen twee Amerikaanse divisies, de onervaren 99th- en 2nd Division. De 2nd was ingesteld op offensief en minder op defensief en trok via de sector van de 99th terug. Peiper wachtte tot er een gat in de colonne van Amerikanen viel en daar liet hij zijn eenheid in plaats nemen. In het donker werden de Duitse tanks door wit gehandschoende Fallschirmjäger begeleid.

 

 
6. Honsfeld (secundair: Heppenbach, Deidenberg, Kaiserbaracke, Recht en Poteau)
December 17 1944 07:00: Honsfeld 11:00: Bullingen to Schoppen Noon: Thirimont 14:00: Malmedy Baugnez Crossroads, Ligneuville (Engelsdorf) 22:00: Stavelot

In Honsfeld, waar de rustplaats voor het 394th Regiment van de 99th Infantry Division was, kwamen de meerijdende Fallschirmjäger van de Panther tanks af en begonnen Amerikaanse soldaten gevangen te nemen. Degenen, die waagden te ontsnappen werden neergeschoten. Hier begon ook het soms koelbloedig doden van krijgsgevangen. In Honsfeld werden 19 ontwapende Amerikanen vermoord. Zestig voertuigen en vijftien antitank kanonnen werden buitgemaakt. Peiper herinnerde zich de dagorder duidelijk van Dietrich,… ‘Het begin van Herbstnebel moest gepaard gaan met een golf van terreur en angst. Menselijke emoties mochten geen rol spelen’. Ook was Peiper verteld krijgsgevangen neer te schieten ‘waar plaatselijke gevechtsomstandigheden dit vereisten’.

Kaiserbaracke: een van de bekendste foto's uit het Ardennenoffensief

7. Büllingen (secundair: Moderscheid, Schoppen en Ondenval)
Peiper had op een kaart twee Amerikaanse brandstof depots aangegeven gekregen die hij moest gebruiken om zichzelf mobiel te houden. Deze waren nabij Spa en Büllingen. De opslagplaats bij Stavelot (richting Francorchamps) was niet bij hem bekend.

De colonne verplaatste zich naar Büllingen om te gaan bijtanken. Hier lag het 612th Tank Destroyer Battalion ingegraven. Deze wisten enkele PzKpfw IV’s uit te schakelen voor ze onder de voet werden gelopen. Ook veroverde Peiper hier een klein vliegveld, nabij Morschheck. Het vliegveld was in gebruik door een observatie eenheid. Twaalf vliegtuigen werden vernietigd. In het brandstof depot van Büllingen werd 250.000 liter buitgemaakt. Vijftig krijgsgevangen GI’s werden gedwongen de Duitse tanks af te tanken. De Kampfgruppe was nu opgesplitst in verschillende eenheden die ook secundaire wegen namen naar het westen. Peiper snelde met grote spoed door Amblève en Born. Toen hij al vanaf de eerste uren van het offensief vastraakte in de opstoppingen veroorzaakt door konvooien tanks en militaire voertuigen, besloot Kolonel Peiper zijn route te wijzigen en gebruik te maken van wegen die aan andere eenheden van het 6de Leger waren toegewezen. Hij beval om langs Büllingen te rijden, om daar een Amerikaans benzinedepot te veroveren en zo de bevoorrading van zijn voertuigen veilig te stellen.  Amerikaanse gevangenen werden gedwongen deze bevoorrading uit te voeren.

Gedenkteken opgericht als herinnering aan de moedige strijders van de 1ste Infantry Division “The Big Red One” die gedurende een maand de troepen van het 6de Duitse pantserleger beletten hun opmars naar de Maas voort te zetten. Daarna namen ze deel aan de herovering van de regio. Het monument is gelegen bij de rotonde op de weg van Büllingen naar Bütgenbach.
De gemeenteraad van Büllingen heeft in perfecte samenspraak met de autoriteiten van het Koninkrijk België, de Verenigde Staten en de Federale Republiek van Duitsland evenals met de Amerikaanse en Duitse oud-strijders op 9 maart 2000 het gemarkeerde terrein officieel erkend als beschermd gebied. Het gebied werd op 13 mei 2000 ingehuldigd in het bijzijn van zowel Amerikaanse als Duitse oud-strijders, die deel uitmaakten van de eenheden die ter plaatse in die gevechten gewikkeld waren, evenals de officiële vertegenwoordigers van België, Duitsland en de Verenigde Staten. In het bos bevinden zich nog zichtbare stellingen (kuilen en versterkte schuilplaatsen) die afwisselend werden bezet door Amerikaanse en Duitse troepen. Het gebied dient als een oord van meditatie en herinnering en als symbool van vrijheid en verzoening. Het bericht aan alle bezoekers van dit beschermde gebied luidt: “Herinner u met respect, gedurende uw bezoek aan deze plek, zowel de gebeurtenissen van deze strijd, als de pijn en de dood van talrijke jonge soldaten gedurende die winter van 1944-45; maak gebruik van dit monument om na te denken over de manier waarop u persoonlijk kan ijveren voor de verzoening van alle volkeren. Dank u.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

398410 views Battletours, Ardennen offensief
cron