Peipers Roadbook

FUEL - CROSSROADS - BRIDGES

Joachim 'Jochen' Peiper, geboren op 30 januari 1915, kwam in 1935 in dienst bij de Waffen-SS en deed voor het eerst van zich spreken in 1940 als hij dient onder Dietrich en nabij Duinkerken zich onderscheidt tegen de Britten. Hij ontving het IJzeren Kruis 1ste klas. In Rusland was hij een periode commandant van het 3de SS-Panzer Grenadier Regiment 2. Voor het ontzetten van de 320st Infanterie Division ontving hij het Ridderkruis. Maar het meest berucht werd Peiper tijdens Operatie ‘Herbstnebel’, het Ardennen Offensief.

Voordat Jochen Peiper de grens met België overstak had hij al een hele tour achter de rug. Materieel van de 6de Panzer-Armee was vanuit Westfalen half november aangevoerd via het spoor. De 1ste Panzerdivisie werd eind november rond Stadtkill en Bliesheim opgebouwd. Rond 15 december vertrok Kampfgruppe Peiper vanuit Bliesheim richting het Bos van Schmidtheim. Peiper’s CP werd ingericht in Blankenheim. Op 16 december om 14:00 uur ging Peiper deelnemen aan het Ardennenoffensief vanuit Tondorf en Blankenheim richting Scheid en Losheim.

Wellicht heeft u wel eens de film 'Battle of the Bulge' gezien. Veel situaties die in deze film worden 'nagespeeld' berusten op de feiten die zich vooral in de noordelijke sector afspeelden.  Kampfgruppe Peiper was een onderdeel van de 1ste SS-Panzer Division, ”Leibstandarte Adolf Hitler”. Op 14 december, 2 dagen voor de aanval, werd hen verteld dat hun eenheid een sleutelrol zou krijgen gedurende het Ardennen Offensief en had de beschikking over ongeveer 100 PzKpfw IV tanks en Panther V tanks en een bataljon van 42 Königstigers. De infanterie bestond uit het 3de (gemotoriseerde) Bataljon van de 2de SS Panzer Grenadier Regiment.

De route volgt in grote lijnen de volgende plaatsen:
Tondorf, Losheim, Losheimergraben, Lanzerath, Buchholz, Honsfeld, Büllingen, Moderscheid, Schoppen, Ondenval, Thirimont, Baugnez, Ligneuville, Pont, Beaumont, Stavelot, Trois-Ponts, La Gleize, Stoumont, Cheneux, Rahier, Neufmoulin, Habiemont, Werbomont (Hamoir – Seny – Strée – Amay - Huy) en tenslotte Wanne.

De 1e SS Panzerdivision Leibstandarte SS Adolf Hitler vormde met de 12e SS Panzerdivision Hitlerjugend als 1e SS Panzer-Korps de belangrijkste aanvalsmacht van de 6e SS-Panzerarmee. Door het matige wegennet kon de Leibstandarte niet als geheel ingezet worden. De opmars werd ondernomen in vier Kampfgruppen. Het offensief was vooral het verhaal van de LSSAH Kampfgruppe Peiper, geleid door SS-Obersturmbannführer Joachim Peiper. De Kampfgruppe 501, bestaande uit 5000 man van het eerste bataljon van het 2e SS Panzergrenadierregiment (ongeveer 100 PzKpfw IV tanks en Panther V tanks en een bataljon van 42 Königstigers), SS Verkenningsbataljon, artillerie, luchtafweergeschut, pioniers, genietroepen en diensten, vormde de speerpunt van de 6e SS-Panzerarmee. De aanvalsroute van de verschillende Kampfgruppen was vooraf precies vastgesteld door Hitler. Bedreigingen van de flanken moesten worden genegeerd. Hoewel de 1e SS divisie was uitgerust met de meest moderne tanks, had Hitler echter verzuimd te zorgen voor adequate en regelmatige brandstoftoevoer. De pantsercolonne moest zich bovendien een weg banen door moeilijk begaanbaar terrein (beboste heuvelruggen, riviervalleien).

De 6. Panzer-Armee zou in twee golven aanvallen. In de eerste golf werd het LXVII Korps ingezet bestaande uit 272. en 326. Volksgrenadierdivisies en het I. SS Panzer Korps met de 1. SS en 12. SS Panzer Division, 12. en 277. Volksgrenadierdivision en de 3. Fallschirmjägerdivision. In de tweede golf plande Dietrich om zijn II SS Panzerkorps in te zetten met de 2.SS en 9. SS Panzerdivisies.

De 6. Panzer-Armee was het best bewapende van al de eenheden die deelnamen aan wat later het Ardennenoffensief zou worden genoemd. Dietrich verwachtte de Amerikanen gemakkelijk te kunnen overrompelen, gezien zijn plaatselijke overmacht van zes tegen één op de zwaartepunten van de aanval. Hij had er het volste vertrouwen in dat op het einde van de derde dag van het offensief de Maas wel zou bereikt worden.

Het LXVII Korps kreeg als taak de noordelijke flank van het 6. Panzer-Armee te dekken. Door de beboste heuvels van de Hoge Venen te bezetten, waardoor slechts enkele bruikbare wegen liepen, zouden de toegangswegen vanuit het noorden geblokkeerd worden. In het zuiden moest het I. SS Korps met zijn drie infanteriedivisies gaten slaan in de Amerikaanse lijnen om zich daarna links op te stellen van het LXVII Korps. De pantsereenheden van het I. SS Korps en het achteropkomende II. SS Korps zouden dan naar het westen en noordwesten ongehinderd moeten kunnen oprukken, gedekt door de vijf infanteriedivisies die een geallieerde tegenaanval vanuit het noorden konden blokkeren.

Drie typische terreinkenmerken waren van cruciaal belang voor “Sepp” Dietrich: ”Elsenborn Ridge”, de ”Losheim Gap” en de heuvels van de ”Schnee-Eifel”. Het door de Amerikanen genoemde “Elsenborn Ridge” betrof een reeks heuvelruggen, zuidelijke uitlopers van de Hoge Venen. Twee geplande opmarsroutes liepen hierdoor, Rollbahn A en B. Rollbahn B was gepland over een weg te lopen door het bos heen, “Weisserstein trail” genoemd en Rollbahn C liep iets ten zuiden van de deze natuurlijke hindernis over het kruispunt Losheimergraben, Büllingen en Bütgenbach. De 277. Infanteriedivision zou de oostelijke verdedigingsstellingen van “Elsenborn Ridge” aanvallen. De 12. SS Panzerdivision zou dan, na een geslaagde doorbraak uit het bosrijke gebied, naar het westen oprukken over verharde wegen.

Meer naar het zuiden lag de “Losheim Gap”, militair gezien een ongelooflijke naderingsweg, bestaande uit zacht glooiende heuvels en goede wegen. Deze opening, gelegen tussen “Elsenborn Ridge” en de “Schnee-Eifel”, loopt van het noordoosten naar het zuidwesten. Het 6. Panzer-Armee zou met de 12. Volksgrenadierdivision en de 3. Fallschirmjägerdivision het noordelijke gedeelte van deze opening aanvallen. Hier lagen de Rollbahnen D en E.

Aanvankelijk werden volgende eenheden verspreid over de vijf Rollbahnen:

- Rollbahn A: Dit was de meest noordelijk gelegen weg. Vertrekkend van aan de Hollerather Knie liep deze weg doorheen het Dreiherrenwald en Forst Rocherath naar de tweelingdorpen Rocherath en Krinkelt. Langs hier zou één bataljon van het SS Panzergrenadierregiment 25 oprukken om zo contact te maken met de parachutisten van Oberstleutnant “Freiherr” Von Der Heydte die ter gelegenheid van de operatie “Stösser” zouden worden gedropt om de kruispunten in de nabijheid van de Baraque Michel in te nemen en zo eventuele Amerikaanse versterkingen vanuit het noorden tegen te houden. (De eerste weg bevond zich iets voorbij de bocht in de grensweg (Strassenknie) nabij Hollerather Knie. Het was een verharde zandweg die door de Duitsers als Rollbahn A werd aangeduid en liep tot aan Ruppenvenn.)

- Rollbahn B: Deze weg liep vanuit de richting Udenbreth, Duitsland in het oosten over Weisserstein naar Mürringen, Bütgenbach en Spa tot aan Flémalle aan de Maas. Hij volgde de Edesbach om dan tevoorschijn te komen langs de westkant van Forst Rocherath in meer open terrein. SS Kampfgruppe Müller kreeg deze weg toebedeeld. De gevechtsgroep van Sturmbannführer Siegfried Müller bestond uit het SS Panzergrenadierregiment 25 zonder dat ene bataljon dat langs Rollbahn A moest oprukken, SS Panzerjägerabteilung 12, een afdeling artillerie en één Pionierkompanie.

(De tweede weg bevond zich ten noorden van Udenbreth. Deze liep doorheen het bos van aan de “International Highway” richting westen tot aan Mürringen. Deze weg werd door de Amerikanen de “Weisserstein trail” genoemd. Dit was voor de Duitsers Rollbahn B. De weg liep door het bos, evenwijdig met de Edesbach, richting Mürringen.)

 - Rollbahn C: Verschillende Kampfgruppen van de 12.SS Panzerdivision moesten hierlangs. Eerst kwam de Kampfgruppe Kühlmann met het SS Panzerregiment 12, de Schwere Panzerjäger Abteilung 560, een bataljon Panzergrenadiers van het Panzergrenadierregiment 26, een groep Sturmgeschütze en een Pionierkompanie. Vervolgens de Kampfgruppe Bremer met de versterkte SS Panzer Aufklärungsabteilung 12 en de Kampfgruppe Krause met SS Panzergrenadierregiment 26 minus één bataljon dat aan Kampfgruppe Kühlmann was toebedeeld, een afdeling artillerie, Nebelwerfer, luchtafweereenheden en genietroepen. Ook de staf van de Panzerdivision moest hierover. Rollbahn C liep over het kruispunt Losheimergraben naar Büllingen en Malmédy tot aan Engis aan de Maas. (De derde weg was het meest bruikbaar. Hij liep doorheen het bos van Losheim naar Losheimergraben, Honsfeld en Mürringen. Losheimergraben was een grenspost en bestond slechts uit enkele douanewoningen in de nabijheid van een kruispunt.)

 - Rollbahn D: Eerst kwam de Kampfgruppe Peiper en daarna Kampfgruppe Sandig van Obersturmbannführer Rudolf Sandig met het SS Panzergrenadierregiment 2 minus één bataljon dat bij Kampfgruppe Peiper was ingedeeld, een afdeling artillerie, luchtafweereenheden van de 1. SS Panzerdivision en genietroepen. Over deze Rollbahn moeten ook de staven van de 1. SS Panzerdivision en het I. SS Panzerkorps oprukken. Deze weg liep over Losheim, Lanzerath, Amel en Ligneuville in de richting van Trois Ponts en verder naar Huy of Amay aan de Maas.

 - Rollbahn E: Over deze Rollbahn zou de Kampfgruppe Hansen rijden van SS-Standartenführer Max Hansen met het SS Panzergrenadierregiment 1, SS Panzerjäger Abteilung 1, artillerie en een Pionierkompanie gevolgd door Kampfgruppe Knittel met een versterkte SS Panzer Aufklärungsabteilung 1. Rollbahn E liep over Manderfeld, Andler, Born en Vielsalm naar Huy aan de Maas.

 Uit het verdere verloop van de gevechten zal blijken dat niet aan het initiële plan kon vast gehouden worden. De toegewezen wegen waren niet altijd op tijd vrij en sommige eenheden zouden al eens van hun opgelegde marsroute moeten afwijken.

Kampfgruppe Peiper (4800 man sterk, 600 voertuigen incl. 150 tanks - SPW's ”Schützen Panzer Wagen”) kregen Rollbahn D toebedeeld, met Kampfgruppe Sandig als follow-up. Rollbahn E was bestemd voor Kampfgruppe Hanssen, met Kampfgruppe Knittel als follow-up. Knittel was niet gebonden aan een Rollbahn; hij kreeg enige bewegingsvrijheid. SS-Panzerregiment 1 staat op scherp vanaf eind nov. 44 in de regio Stadtkyll, 13 km oostelijk van de Belgische grens. Voertuigen werden minutieus gecamoufleerd. De startplaats van de aanval was Losheim, op de grens van Duitsland met België. De spoorbrug was tijdens het terugtrekken van de Duitsers in september opgeblazen en deze was nog niet hersteld.
14 december:

Jochen Peiper, Rudi Sandig, Max Hansen, Gustave Knittel en Otto Skorzeny nemen deel aan een breefing bij Mohnke’s HK in Tondorf.
15 december:
Gedurende de nacht formeren de troepen zich in positie. Om 1 minuut na middernacht op zaterdag 16 december werd de nachtploeg in Bletchley plotseling opgeschrikt. Na weken zonder een bericht van enig belang uit Duitsland begon de cryptografische en verwerkende staf net te geloven dat de oorlog aan hen voorbij getrokken was. Ze waren trouwens uitgeput na maanden van geconcentreerd werken na D-DAY. Nu begon het Duitse opperbevel na weken van absolute stilte weer uit te zenden. Wat was er aan de hand?


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

389048 views Battletours, Ardennen offensief
cron