1. Bloedbad van Bande
Op 23 december 1944, tijdens het Ardennen Offensief, kwamen twee SS pelotons aan in Bande, een klein dorp gelegen op enkele kilometers ten westen van La Roche op de N4 tussen Namen en Bastogne. Zij drongen elk huis binnen en arresteerden de jongemannen, onder voorwendsel hen te onderwerpen aan een verhoor. In de namiddag kwamen andere gevangenen, gegrepen in de naburige dorpen, de rijen gevangenen van Bande aanvullen. Onder hen kwamen Amerikaanse soldaten voor. De dag voor Kerstmis, 24 december 1944, bracht men hen naar een vernield huis. De een na de ander werden zij in een kelder geleid en neergeschoten met een kogel in het hoofd. Toen alle 32 mannen waren vermoord,legden de Duitsers drie lagen planken over de lichamen. De kelder lag open onder de blote hemel en toen de nacht viel bedekte al gauw een laag sneeuw de sporen van de afschuwelijke misdaad. Later verklaarden de Duitsers aan de ouders van de slachtoffers dat de gevangenen naar Duitsland waren gedeporteerd om aan het Oostfront te dienen. Pas op 11 januari 1945 ontdekte men de gruwelijke misdaad waaraan de SS zich schuldig had gemaakt. Zij waren nauwelijks 24 uren eerder vertrokken.  

2. Die 6e Panzer Armee in het Ardennenoffensief
De Duitse 6e Panzer-Armee, onder leiding van SS-Oberstgruppenfuhrer Josef Dietrich,  was voor ”Unternehmen Wacht am Rhein”, de codenaam voor het Ardennenoffensief, uitgerust met het beste wat het Duitse leger kon bieden: 4 SS-Panzerdivisionen, aangevuld met 5 Volksgrenadier-Divisionen met een totaal van ongeveer 685 kanonnen samen onderverdeeld in 3 korpsen. Voor het 1. SS-Panzerkorps waren vijf routes (Rollbahnen) uitgestippeld, maar het was niet noodzakelijk om deze strikt te volgen: naargelang de vijandelijke tegenstand, of gebrek hieraan, mocht de 6e Armee van de Rollbahnen afwijken. De drie meest noordelijke Rollbahnen (A B C) waren voor de 12e SS-Panzerdivision en de twee zuidelijke (D E) voor de 1e SS-Panzerdivision. Er werd al rekening gehouden met een mogelijke tegenaanval van drie Amerikaanse divisies in het gebied rond Elsenborn en om die reden werd het zwaartepunt van de Panzerdivisionen iets zuidelijker geconcentreerd op de Rollbahnen C en D, ter hoogte van Malmedy en Stavelot. Op Rollbahn C zou de Kampfgruppe Kühlmann van de 12e SS-Panzerdivision de voorhoede vormen en op Rollbahn D de Kampfgruppe Peiper van de 1e SS-Panzerdivision. Rollbahn B, die vlak onder de Elsenborn Ridge liep, was bestemd voor Kampfgruppe Müller.

3. De Battle-Baby’s in de Ardennen.
De onervaren 99th Division had in samenwerking met de 2nd Division in moeilijke weersomstandigheden en een onoverzichtelijke strijd, een goed uitgeruste en numerieke vijand tot staan gebracht bij de slag om de Elsenbornridge. Het noordelijk front van het Ardennenoffensief was het enige front waar de Duitsers geen doorbraak hadden kunnen forceren. Alleen de Kampfgruppe Peiper had een klein gat kunnen slaan in hun linies tot ook deze bij La Gleize geheel vernietigd werd. De prestaties van de 99th Infantry Division zijn evenredig aan hun offer: in vier dagen tijd waren 14 officieren en 119 soldaten gesneuveld in de strijd. Ongeveer 53 officieren en 1341 soldaten werden als vermist opgegeven en nog eens 51 officieren en 864 mannen waren gewond geraakt. Meer dan 90 procent van de verliezen van deze divisie werden gedurende 16, 17, 18 en 19 december 1944 geregistreerd.  

4. Verliezen 2nd Infantry Division in de Ardennen.
De 2nd Infantry Division heeft enorme verliezen geleden. Omdat de aanvallen bij Wahlerscheid en de verdediging van Krinkelt-Rocherath plaatsvonden in slechts 7 dagen is het lastig om vast te stellen hoeveel gesneuvelden en gewonden er te betreuren waren in en rond de tweelingdorpen. Voorzichtige cijfers vermelden ongeveer 1264 gesneuvelden en vermisten en 475 gewonden. Precieze gegevens ontbreken over de periode 13 tot 19 december 1944.  

5. Coca Cola in opmars
Op 29 juni 1943 ontving het Amerikaanse bevoorradingshoofdkwartier een telegram vanuit Noord-Afrika, waar generaal Eisenhower net was aangekomen: Verzoek om toezending met het eerste konvooi van drie miljoen flessen Coca Cola (gevuld) en een complete uitrusting om dezelfde hoeveelheid tweemaal per maand te kunnen bottelen, spoelen en afdoppen. Bij voorkeur een uitrusting die geschikt is voor tien verschillende locaties, elk met een capaciteit van 20.000 flessen per dag. Bovendien voldoende siroop en doppen voor zes miljoen navullingen. siroop, doppen en 60.000 flessen per maand zouden automatisch moeten worden nagezonden. Maandelijkse toezending van flessen om te voorzien in verlies door breuk en zoekraken. Geschat benodigd tonnage voor de eerste zending 5000. Verscheping zonder overige militaire lading te belemmeren...   De militaire leiding begreep dat de Amerikaanse soldaten overzee behoefte hadden aan hun lijfdrank. De Coca Cola Company ging natuurlijk graag in op dit soort verzoeken. Al enkele weken na de oorlogsverklaring aan Japan in december 1941 verklaarde de president van Coca Cola: 'Zorg ervoor dat elke man in uniform zijn fles Coca Cola krijgt voor vijf cent, waar hij ook is en wat het ook kost.' Coca Cola beleefde tijdens de Tweede Wereldoorlog een opmars aan alle fronten, met als gevolg dat tientallen bottelarijen over de oceanen verscheept werden. Zo kwam de frisdrank niet alleen onder bereik van de GI's, maar ook van de burgerbevolking van de landen waar de Amerikaanse troepen gelegerd waren. Daarmee was de wereldwijde populariteit van Coca Cola een feit.

6. First Army in the Battle of the Bulge.
De Amerikaanse 1e Army bezette slechts met vier divisies een front van 140 kilometer. Dit waren twee “groene” divisies, de 99th en de 106th, en twee ervaren eenheden, de 28th en de 4th, die echter zware verliezen hadden geleden in het Hürtgenwald en nu vervangingen kregen. Er was ook nog een onervaren “groene” pantserdivisie, de 9e Armored Division, waarvan het Combat Command A in linie lag tussen de 28e en de 4e Infantry Divisions in. De twee overige Combat Command’s van de 9e Armored Division waren verdeeld over twee korpsen.

7. Inschattingsfout van Omar Bradley.
Bradley vond het een berekend risico om het Ardennenfront dun bezet te houden. Voor het grote deel bestond het Amerikaanse front in de Ardennen uit losse steunpunten die met elkaar in verbinding stonden door patrouilles. Er waren niet genoeg manschappen om een deftige verdedigingslinie op te bouwen. Reserves waren er praktisch niet.

8. Verschillende Duitse aanvalsfronten.
In het aanvalsplan van Veldmaarschalk Model, “Herbstnebel”, kreeg de 6de Panzer-Armee van Lt. Gen. Jozef “Sepp” Dietrich de voornaamste taak toegewezen. Het zwaartepunt van de aanval zou liggen op de grens tussen het Amerikaanse V en het VIII Corps. Hiervoor moest hij de 99e Infantry Division en de 14e Cavalry Group opzij vegen of vernietigen. De 6e Panzer-Armee was het best bewapende van al de eenheden die deelnamen aan wat later het Ardennenoffensief zou worden genoemd. Dietrich verwachtte de Amerikanen gemakkelijk te kunnen overrompelen, gezien zijn plaatselijke overmacht van zes tegen één op de zwaartepunten van de aanval. Hij had er het volste vertrouwen in dat op het einde van de derde dag van het offensief de Maas wel zou bereikt worden. Ten zuiden van de 6e Panzer-Armee moest de 5e Panzer-Armee van Lt. Gen. Hasso von Manteuffel het dunne front van het VIII Corps openrijten in de sector van de 106e Infantry Division en deels in die van de 28e Infantry Division. Verder naar het zuiden zou de 7e Armee van Lt. Gen. Erich Brandenberger de rest van de 28e Division aanvallen en de 4e Infantry Division. De 15e Armee, die in het najaar van 1944 was kunnen ontsnappen aan een dreigende omsingeling door de geallieerden, lag ten noorden van de 6e Panzer-Armee. Het moest een tweeledige rol spelen. Het moest de Amerikaanse troepen binden in de sector rond Aachen en moest daarna, op bevel, zuidwaarts aanvallen, nadat de 6e Panzer-Armee door de Amerikaanse linies was gebroken. Daarvoor beschikte Lt. Gen. Gustav von Zangen over zes divisies. De 6e Panzer-Armee zou in twee golven aanvallen. In de eerste golf werd het LXVII Korps ingezet bestaande uit 272. en 326. Volksgrenadierdivisies en het I. SS Panzer Korps met de 1. SS en 12. SS Panzer Divisionen, 12. en 277. Volksgrenadierdivision en de 3. Fallschirmjägerdivision. In de tweede golf plande Dietrich om zijn II SS Panzerkorps in te zetten met de 2.SS en 9. SS Panzerdivisionen.

9. Militaire Slachtoffers Ardennenoffensief
De Amerikanen hadden maar liefst 600.000 manschappen ingezet tijdens de slag om de Ardennen. Onder hen waren 100.000 slachtoffers gevallen, waarvan er 19.000 werden gedood en 15.000 gevangen waren genomen. De Britten hadden 55.000 man in de strijd geworpen. Zij hadden 1400 manschappen verloren, waarvan er 200 waren gesneuveld. De 28 divisies die de Duitsers hadden ingezet omvatten meer dan 500.000 soldaten. Onder hen vielen 130.000 slachtoffers, waarvan er 19.000 zijn omgekomen. Ook zouden beide partijen elk zo’n 800 pantservoertuigen hebben verloren. De Luftwaffe was als gevolg van Operatie Bodenplatte zo goed als uitgeschakeld. Er bestaan nogal wat verschillen in aantallen slachtoffers betreffende de verliezen aan beide zijden:

vanuit Duits perspectief
Geallieerde verliezen: First US Army van Hodges: 4629 KIA, 12176 missing, 23152 wounded; Third US Army van Patton: 3778 KIA, 8729 missing, 23018 wounded; Brits in the Ardennes (Horrocks): 200 KIA, 239 missing, 969 wounded. Totaal: 8607 KIA, 21144 missing, 47129 wounded. Werkelijke verliezen: 29751 KIA Zu den 29 751 Toten sind die Verwundeten hinzuzurechnen. Die Ausfälle der Anglo-Amerikanischen Soldaten während der Ardennenschlacht 1944-45 erstreckten sich also insgesamt auf 76 890 Mann. (Tote, Vermisste & Verwundete)

Duitse verliezen: 6e Panzer-Armee van Dietrich: 3818 KIA, 590 missing, 13693 wounded; 5e Panzer-Armee van von Manteuffel: 4415 KIA, 8276 missing, 10521 wounded; 7e Armee van Brandenberger: 2516 KIA, 8271 missing, 10225 wounded. Totaal: 10749 KIA, 22784 missing, 34439 wounded. Werkelijke verliezen: 33236 KIA Die Gesamtausfälle der Deutschen Wehrmacht während der Winterschlacht 1944-45  betrugen 67675 Mann. (Tote, Vermisste & Verwundete)

vanuit Anglo-Amerikaans perspectief
In Hitler’s last desperate Battle the Americans had 83.987 casualties: 10.276 killed, 47.493 wounded and 23.218 missing in action. Of the 23.218 declared missing, 15.000 can be counted as taken prisoner, so there remain some 8.000 who can be presumed killed, making a total number of 19.000.

The German casualties amounted to 81.834: 12.652 killed, 38.600 wounded and 30582 declared missing in action. If one reckons that of the 30.582 declared missing, some 16.000 were taken prisoner, the number of killed rises to 26.000.

The British losses were 200 killed, 239 declared missing in action and 969 wounded, making a total of 1.408 casualties.  

Naast het grote verlies aan mensenlevens gingen er bovendien ook een groot aantal tanks verloren. In de Ardennen werden 733 tanks door de Duitsers buiten gevecht gesteld. Tevens was er een groot verlies aan materieel aan Duitse kant. In de Ardennen werden 600 tanks, 1600 vliegtuigen en 6000 voertuigen door de geallieerden zodanig getroffen, dat ze niet meer in het gevecht konden worden gebruikt.

Overzicht van de Duitse verliezen: 81.834 manschappen (waarvan 19.820 gesneuveld) 324 tanks 320 vliegtuigen
Overzicht van de Geallieerde verliezen: 76.890 manschappen (waarvan 19.000 gesneuveld) 733 tanks 529 vliegtuigen

10. Peiper’s verliezen in het Ardennenoffensief
Peiper’s verliezen in het Ardennenoffensief waren dramatisch: 2.500 gesneuvelden, 1050 krijgsgevangenen, 81 van 88 tanks vernietigd, 7 lichte kanonnen, al zijn veldgeschut ( 74 stuks) en 405 voertuigen.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

389083 views Battletours, Ardennen offensief
cron