WW II meets HOLLYWOOD

 

HOLLYWOOD en het PENTAGON

Dat het Pentagon aan propaganda doet dat weten we sinds de Irak oorlog in ieder geval allemaal zeker. Waar echter minder over bekend is, is de nauwe samenwerking tussen het Pentagon en Hollywood. In het verleden is er dikwijls samenwerking geweest met de film industrie en werd er geld gestoken in projecten die het imago van het Amerikaanse leger ten goede kwamen, of op andere wijze de doelstellingen van het Pentagon behartigden. De nauwe samenwerking tussen het Pentagon en Hollywood stamt uit de jaren tachtig, met de komst van Top Gun. Dit was weliswaar niet de eerste keer dat het Pentagon zoiets deed (denk aan films als The Longest Day), maar deze film had zoveel PR waarde voor het Pentagon in Amerika, dat toentertijd getraumatiseerd was door de Vietnam oorlog, dat men daarna steeds vaker samenwerking heeft gezocht met Hollywood. Andere bekende voorbeelden zijn onder meer Independence Day, We Were Soldiers, Pearl Harbor en Saving Private Ryan. Ook zijn er natuurlijk tal van voorbeelden waarbij het Pentagon samenwerking pertinent weigert, je kan dan bijvoorbeeld denken aan Platoon, Apocalypse Now, en andere films waarbij het Amerikaanse leger in een negatief daglicht komt te staan. Militaire betrokkenheid bij Hollywood is geen nieuw verschijnsel. Het Amerikaanse leger heeft al jarenlang nauwe banden met Amerikaanse filmmakers. Bij de eerste Oscaruitreiking in 1927 ging de Oscar voor de beste film naar Wings, dat met steun van de Amerikaanse luchtmacht was gemaakt. Zo stelde het Amerikaanse leger voor talloze oorlogsfilms materieel tegen lage kosten beschikbaar in ruil voor minimale aanpassingen op de set. Films als 'The Patriot', 'Pearl Harbor' en 'Black Hawk Down zijn echter van een andere orde. Na 11 september heeft de verhouding tussen Hollywood en het Pentagon haar onschuldige karakter verloren. Nadat Hollywood na de aanslagen aanvankelijk aarzelde speelfilms over oorlog en terreur te produceren en zelfs een aantal films die in de maak waren op de lange baan schoof of aanpaste, zijn er in de afgelopen twee jaren opvallend veel films uitgebracht die gemeenschappelijk hebben dat het Amerikaanse leger er glansrijke rollen in speelt. 'Oorlog is een noodzakelijk kwaad in de strijd tegen het terrorisme'. Voor het overbrengen van deze boodschap van de Amerikaanse overheid zijn spectaculaire oorlogsfilms het beste middel en daar heeft het Pentagon best wat voor over. Op hun beurt willen filmproducenten graag gebruik maken van de militaire assistentie omdat dit de kosten van een film drastisch kan verlagen terwijl de realiteitswaarde van de film wordt vergroot. Het is dus een wisselwerking tussen producenten die om steun vragen en ambtenaren bij defensie die door het verlenen van die steun een machtsmiddel in handen hebben de publieke opinie te beïnvloeden. En niet alleen de Amerikaanse publieke opinie want veel van dit soort Hollywood-films genieten niet alleen enorme populariteit in de Verenigde Staten maat zijn ook kaskrakers in de rest van de wereld. Studio's die voor de productie van films steun willen van het leger - meestal gaat het om materiële en personele assistentie - sturen hun scripts naar het Pentagon, dat beoordeelt of de film bijdraagt aan een positieve beeldvorming over het leger. Daarvoor bestaat een speciaal bureau, The Film Liaison Office, dat filmscripts bestudeert en beslist of de film ondersteuning van het Amerikaanse leger krijgt of niet. In Hollywood and the Pentagon: A Dangerous Liaison, kijken we achter de schermen op de set van 'Saving Jessica Linch' waar een militair adviseur aanwezig is die voor het Pentagon de gang van zaken in de gaten houdt, en krijgen we een indruk van de betrokkenheid van het ministerie van defensie bij de productie van grote Hollywood oorlogsfilms.  Tegenwoordig gaat de samenwerking tussen het Pentagon en Hollywood nog verder, dan alleen het financieel of materieel steunen van films die vanuit PR perspectief interessant zijn. Zo zijn er tal van initiatieven tussen enerzijds Hollywood en anderzijds het Pentagon en het ministerie van Homeland Security, waarbij Hollywood een adviserende rol heeft, of waarbij de overheid filmscripts gaat schrijven voor Hollywood. Het idee kwam uit de koker van het Office of Strategic Influence, een nieuwe propaganda-afdeling van het Pentagon, opgericht na 11 september 2001 om de 'hearts and minds' van het buitenlandse publiek te winnen. In die slag speelt Hollywood al jaren een belangrijke rol; het Pentagon ziet de filmindustrie als een belangrijk hulpmiddel voor zijn public relations. 11 November 2001 besprak Karl Rove, topadviseur van president Bush, met de studiobazen hoe Hollywood kon bijdragen aan de oorlog tegen het terrorisme. Regisseurs en scenarioschrijvers werden gevraagd plaats te nemen in een denktank die zoveel mogelijk oorlogsscenario's moest bedenken; filmsterren als Brad Pitt en George Clooney bezochten het front om de soldaten een hart onder de riem te steken. Net als tijdens de WOII toen Frank Capra de zevendelige serie Why We Fight regisseerde, moest Hollywood helpen het volk in de juiste stemming te brengen voor de oorlog. De band tussen het Pentagon en Hollywood bestaat sinds Wings, William A. Wellmans vliegeniersdrama uit 1927, en is alleen maar inniger geworden. Uit militaire documenten en interne memo's blijkt dat Hollywood op verzoek van het Pentagon verhaallijnen aanpast, scenario's wijzigt en de geschiedenis verdraait, in ruil voor tanks, onderzeeërs en vliegtuigen - wat vele miljoenen scheelt in de productiekosten. Producent Jerry Bruckheimer - die miljarden verdiende met zijn films, dus niet echt op de kleintjes hoeft te letten - maakt met graagte gebruik van expertise en materieel van het leger. Voor Top Gun (Tom Cruise als straaljagerpiloot in de regie van Tony Scott) wijzigde hij, in ruil voor straaljagers en een vliegdekmoederschip, het personage dat wordt gespeeld door Kelly McGillis. In het oorspronkelijke scenario was zij soldaat; in de film kreeg zij een functie buiten het leger, omdat verhoudingen tussen officieren en soldaten verboden zijn. Bruckheimer blij met een forse budgetbesparing en echte straaljagers, het leger blij met de beeldvorming. Toen de film in de Verenigde Staten in première ging, stonden er standjes in de bioscopen waar belangstellenden zich konden aanmelden bij de luchtmacht. Black Hawk Down, een 'reconstructie' van de slag bij Mogadishu in de regie van Ridley Scott, is ook een productie van Bruckheimer. In de openingsbeelden wordt gesteld dat de film gebaseerd is op werkelijke gebeurtenissen. Het 'waarheidsgehalte' van het verhaal wordt nog eens benadrukt door frequent in beeld verschijnende tijd- en plaatsbepalingen. Onder leiding van Amerikaanse soldaten wordt in Somalië in 1992 voedsel verdeeld onder de hongerende bevolking. Burgeroorlog en wrede krijgsheren hebben duizenden slachtoffers gemaakt. Als de aller-wreedste, Mohamed Farrah Aideed, een aantal Pakistaanse leden van de vredestroepen vermoordt en de Amerikanen bedreigt, achten de Verenigde Staten het tijd om in te grijpen. Dat gaat mis; op 3 oktober 1993 lopen de Amerikaanse soldaten in een hinderlaag. Wat volgt is een twee uur durende veldslag, intens (à la Saving Private Ryan) in beeld gebracht door voormalig commercialmaker Scott. De twee Black Hawk-helikopters storten spectaculair neer; kogels, granaten en ledematen vliegen in het rond. Oorlog is de hel op aarde, zoveel wordt duidelijk. Leave no man behind is het credo van de Amerikanen, die, als ze niet schieten, clichés uitkramen als 'Nu kun je laten zien wat je waard bent'. Een stervende Amerikaan vraagt zijn makkers of ze zijn ouders willen vertellen dat hij dapper gevochten heeft. Acteur Brendan Sexton III, die een van de soldaten speelt, verbaasde zich er eerder deze maand tijdens een anti-oorlogsforum aan de Columbia University in New York over dat alle nuance en twijfel uit het oorspronkelijke scenario verdwenen waren. De reden laat zich raden. 'Zonder hulp van het leger had de film Helicopter Down geheten', aldus Scott. 'Helikopters zijn te huur, Black Hawks niet.' Dus herschrijft Hollywood de geschiedenis, op verzoek van en gesponsord door het Amerikaanse leger. Wat niet in het plaatje past, wordt weggemoffeld of aangepast. De vraag wat de best getrainde elite-eenheid van het Amerikaanse leger precies te zoeken had bij de verdeling van voedsel, wordt logischerwijs niet gesteld. De Verenigde Naties worden - net als in Behind Enemy Lines (John Moore, 2001) - afgeschilderd als een hinderlijk blok aan het been, die de Amerikanen belemmeren in het helpen van de arme burgerbevolking, die zo te lijden heeft onder Aideed. Samenwerken met het Amerikaanse leger voor een film is geen gemakkelijke klus. Hollywood-filmmakers hebben vaak te kampen gehad met de bemoeizuchtigheid van het Pentagon. Het hoofdkwartier van de Amerikaanse defensie heeft al meerdere malen filmmakers geweigerd om gebruik te maken van hun dure militaire uitrustingen, als ze niet in een goed daglicht werden gesteld. In de James Bondfilm 'Golden Eye' moest een verraderlijke Amerikaanse admiraal in opdracht van het Pentagon vervangen worden door een Franse admiraal. De filmmakers konden op deze manier gebruik blijven maken van de Amerikaanse strijdkrachten. Filmmaatschappijen werken meestal mee met het Pentagon om miljoenen dollars aan geld te besparen aan productiekosten voor de huur van militaire producten. Zo hebben films als 'Armageddon', 'Air Force One', 'The Jackal', 'Pearl Harbor' en 'Top Gun' zich aangepast naar de wensen van het Pentagon. Er zijn echter ook een hoop films die niet naar de pijpen van het Amerikaanse defensie hebben gedanst: 'Forrest Gump', 'Mars Attacks', 'The Thin Red Line', 'Apocalypse Now', 'Sgt Bilko', 'Platoon' en 'Independence Day'. Zo eiste het Amerikaanse leger dat de makers van Forrest Gump de scène waarin Tom Hanks een litteken op zijn kont aan de Amerikaanse president Johnson laat zien, zouden schrappen. "Een Amerikaanse soldaat in uniform die zijn blote achterwerk aan een president laat zien is niet acceptabel", zegt een woordvoerder van de Amerikaanse strijdkrachten. Tijdens de opnames van het invasiespektakel 'Independence Day' eiste het Pentagon dat iedere verwijzing naar de geheime militaire basis Area 51 zou worden verwijderd. Ook was de Amerikaanse luchtmacht niet blij over de straaljagerpiloten in de film. "De luchtmacht komt maar erg magertjes over; alle pogingen om de buitenaardse wezens te stoppen worden ondernomen door burgers". De reactie van schrijver en producer Dean Devlin tegen het Pentagon was: "Als deze film er niet voor zorgt dat elke jongen in het land een straaljagerpiloot wil worden, dan eet ik het script op." Eén van de grote zomerse kaskrakers in de bioscopen, "Sum of all Fears", is een coproductie van de Amerikaanse filmindustrie en van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Idem voor een andere succes, Bad Company. Het zijn niet de eerste (officieuze) coproducties en het waren ook niet de laatste. Want vooral sinds 11 september 2001 is de oude samenwerking tussen Hollywood aan de ene kant, het Witte Huis, het Pentagon en de CIA aan de andere kant, steeds nauwer geworden. Hollywood danst meer dan ooit naar de pijpen van Washington. Dit is geen geheime propaganda-operatie. De samenwerking gebeurt niet achter de schermen, maar open en bloot. De firma Paramount gaat er erg prat op dat CIA en Pentagon volop meewerkten aan Sum of all Fears. Ze hebben zodanig de inhoud meebepaald dat het ministerie van Defensie de film gebruikt in zijn rekruteringscampagne. De public relations van de CIA zegt dat de geheime dienst er alleen maar op uit is een getrouwer beeld van haar werking op het scherm te krijgen. De CIA opereert in naam van de objectiviteit. De met haar medewerking uitgedachte scenario’s hebben het over gevaarlijke niets ontziende terroristengroepen die Amerikaanse steden met kernwapens of iets dergelijks bedreigen. Dankzij de moed en zelfopoffering van de CIA-officieren (geen agenten alstublieft, aldus de CIA) wordt de catastrofe op het nippertje afgewend. Het publiek krijgt de boodschap dat het gevaar alom loert, maar dat de CIA met steun van een waakzaam publiek het onheil afwendt. De Verenigde Staten zijn natuurlijk niet het enige land waar politieke machthebbers de filmindustrie voor hun propaganda trachten te gebruiken. De voorbeelden uit de 20ste eeuw zijn legio, ook natuurlijk voor tv-producties. In de VS was de legendarische "The Birth of a Nation" van D.W. Griffith mee uitgewerkt door experts van het leger. Hollywood kende gelukkig ook periodes waarin kritische regisseurs hun gang konden gaan en bij voorbeeld de draak konden steken met oorlogsstokers, bij voorbeeld met Dr. Strangelove Who Loved the Bomb. Met ‘How Hollywood Learned to Stop Worrying and Love the Bomb’ analyseert de Newyorkse Village Voice hoe Hollywood nu dichter dan ooit bij de machthebbers in Washington aanleunt. De hoogste politieke instanties houden er zich mee bezig: vice-president Dick Cheney en minister van defensie Donald Rumsfeld missen geen enkele première van de nieuwe lichting patriottische films genre Sum of all fears of ‘We Were Soldiers’. Sinds 11 september kunnen filmscenaristen een beroep doen op het "Institute for Creative Technologies", een "academisch instituut" in Californië dat in feite een creatie is van het Pentagon om Hollywood te beïnvloeden. Die nauwe samenwerking stimuleert de productie van oorlogsfilms die de publieke opinie moeten helpen warm maken voor nieuwe oorlogen, bij voorbeeld tegen Irak. Het gaat hier niet alleen om het Amerikaanse publiek, want die oorlogsfilms zijn ook grote kaskrakers in de rest van de wereld. Hollywood helpt op die manier rechtstreeks de oorlogsstokers in Washington in hun wereldwijd propaganda-offensief om de publieke opinie overal te winnen voor nieuwe oorlogen ter verdediging van de Amerikaanse waarden. Dat allemaal vanuit de optiek dat "wie in de strijd tegen het terrorisme niet met ons is, tegen ons is". Het zijn uitingen van een fundamentalistische visie over strijd tussen Goed en Kwaad, een visie die geen tegenspraak duldt. Wie daar in de VS toch vragen bij stelt, doorbreekt de patriottische consensus. Hollywood doet niets anders dan die consensus volgen. Zoals ook een deel van de Amerikaanse linkerzijde dat doet. Het tijdschrift ‘Dissent’, sociaal-democratisch, publiceert lofzangen op het Amerikaans liberalisme dat de afgunst van alle anti-liberale bewegingen opwekt... Het linkse weekblad The Nation valt uit tegen Noam Chomsky omdat die eraan herinnert dat Al Qaeda en consorten door de CIA met geld, wapens en opleiding zijn gesteund. Zelfs een dergelijke nuchtere vaststelling wordt door sommige ‘linkse’ Amerikanen bestempeld als medeplichtigheid met de moslimfundamentalisten! Terwijl de medeplichtigen in het Witte Huis en omgeving zitten. Maar over die episode, over de innige samenwerking tussen de Amerikaanse anticommunisten en de moslimfundamentalisten, maakt Hollywood bij mijn weten geen films.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

389073 views Battletours, Ardennen offensief
cron