Raid on Bastogne by von Manteuffel

De voorbereidingen op het offensief

De vraag die speelde was waar in het westen de grote aanval zou moeten plaatsvinden werd beantwoord op 16 september 1944. De Ardennen; dat zou de plaats zijn waar Hitler zijn grote, onverwachte, allesbepalende offensief zou inzetten, waarna hij zou doorstoten naar Antwerpen om deze stad opnieuw te veroveren.

Volgens informatie die Hitler had waren de geallieerde troepenconcentraties in de Ardennen hoogstwaarschijnlijk het laagst van het hele westelijke front. Slechts hooguit 5 divisies zouden de gehele Ardennen moeten verdedigen. Die informatie klopte redelijk. Het ca. 130 km lange front in de Ardennen werd inderdaad maar bewaakt door hooguit 5 à 6 divisies. De oorzaak hiervan was dat deze sector gezien werd als een ‘rustige sector’. Het was er zelfs zo rustig dat het gezien werd als een soort ‘rustoord’ voor militairen die even een gevechtspauze nodig hadden na een lange periode van onafgebroken zware gevechten voeren. Vrijwel geen enkele geallieerde bevelhebber het vermoeden zal hebben gehad dat men in de Ardennen zou aanvallen. Dat was ook helemaal niet logisch, gezien het terrein: erg dichte bebossing, veel riviertjes die moesten worden overgestoken, weinig wegen die ook nog eens slecht begaanbaar waren, en dan nog eens alle hoogteverschillen die steeds zouden moeten worden overbrugd. Overigens is het niet zeker of dit de enige redenen waren waarom hij voor een aanval in de Ardennen koos. Het kan heel goed dat Hitler heeft teruggedacht aan 1940 toen hij met een soortgelijke aanval in de Ardennen veel succes had behaald. Duitse pantsertroepen wisten toen via (ongeveer) deze route op te rukken naar Het Kanaal.

Het plan: ‘Wacht am Rhein’
Een van Hitlers vooraanstaande officieren werkte Hitlers ideeën uit in een aanvalsplan, welke op 8 oktober werd gepresenteerd. De aanval zou plaats vinden op een plek aan het front die het zwakst verdedigd werd. Ze zou bij verrassing moeten beginnen en zou voorafgegaan worden door hevige artilleriebeschietingen. De eerste divisies Volksgrenadiers zouden dan de aanval inzetten en de weg vrij maken voor de Pantserdivisies. Vier belangrijke verkeersknooppunten binnen het gebied van de Ardennen moesten worden ingenomen te weten Sankt Vith, Malmédy, Houffalize en Bastogne. De verovering van deze plaatsen was nodig om de opmars van de Duitse legers te versnellen en om de routes van de Amerikaanse reservetroepen af te snijden. Ook moest rivier de Maas worden bereikt en moesten een aantal bruggen worden ingenomen om vervolgens door te kunnen stoten naar Antwerpen. Dit aanvalsplan was gebaseerd op de Blitzkrieg van 1940 en had als doel Antwerpen en de Scheldemonding weer in Duitse handen te krijgen. Dit zou namelijk betekenen dat men een wig dreef tussen de geallieerde troepen in West-Europa. De geallieerde strijdkrachten zouden in tweeën gesneden worden en zo konden de legers ten noorden van de wig vernietigd worden. Na enkele aanpassingen aan het plan stelde Hitler de datum voor het offensief vast op 25 november 1944.

Onmogelijke opgave
Belangrijke betrokken Duitse officieren waren op zijn zachtst gezegd niet erg blij met het plan en protesteerden dan ook hevig. Het plan was in hun ogen onuitvoerbaar. Na de oorlog verklaarde een van hen, veldmaarschalk Von Rundstedt, dat hij verbijsterd was toen hij op 24 oktober 1944 het plan onder ogen kreeg: “Ik was verbijsterd. Hitler had me niet geraadpleegd over de haalbaarheid van het plan. Het was me duidelijk  dat de beschikbare troepenmacht veel te gering was voor zo’n uiterst ambitieus plan. Maar ik wist langzamerhand wel dat het geen zin meer had om tegen Hitler te protesteren over de haalbaarheid van wat dan ook. De enige mogelijkheid om Hitler van dit bizarre plan af te brengen, was hem een alternatief voorstel doen wat hem zou bevallen en dat beter uitvoerbaar zou zijn.” Volgens hem zouden de Duitsers God op hun blote knieën moeten danken als ze überhaupt de Maas zouden halen.  Ook een andere officier, generaal Dietrich, een goede vriend van Hitler, was sceptisch: “Alles wat Hitler me opdraagt, is een rivier over te steken, Brussel in te nemen en daarna Antwerpen in te nemen! En dat in de slechtste tijd van het jaar, door de Ardennen, waar de sneeuw tot aan je middel komt en er niet genoeg ruimte is om vier tanks voorop te laten gaan, laat staan een aantal pantserdivisies. Waar het om acht uur licht wordt en om vier uur weer donker is en dat met gehergroepeerde divisies die bestaan uit kinderen en zieke oude mannen – en met Kerstmis!”

Twee belangrijke officieren kwamen nog met een alternatief plan. Dit was verstandiger en beter uitvoerbaar gezien de situatie van de Duitse strijdkrachten. Maar toch werd het direct door Hitler naar de prullenbak verwezen. Hitler bleef bij zijn besluit voor een gewaagde aanval in de Ardennen. Alle protesten en verzet van Hitlers commandanten in combinatie met de grote logistieke problemen zorgden ervoor dat de operatie moest worden verplaatst naar een later tijdstip dan de eerder vastgestelde 25 november 1944. Hitler begon zijn geduld te verliezen en bepaalde dat 16 december 1945 om 05:30 uur de aanval zou moeten beginnen. Dit zou een definitief, onveranderlijk tijdstip van actie zijn.

‘Optimisme’
Hoewel de meeste bevelhebbers niet blij waren met de situatie, volgden ze toch de bevelen van de Führer op. Sommigen werden zelfs positiever over de aanval. Mede door het feit dat er in het geheim 20 Duitse divisies richting het front waren verplaatst. Dit waren er wel minder dan de gewenste 25 divisies (die Goebbels bij elkaar had proberen te brengen), maar nog steeds meer dan de meeste mensen verwacht hadden. Hier tegenover stonden 6 geallieerde divisies verdeeld over de hele sector die als aanvalsgebied was uitgekozen. Daarnaast bleken er aan het  deel van het front waar alle aanvalskracht op gecentreerd slechts twee geallieerde (Amerikaanse) divisies de bewaking op hun schouders te hebben gekregen. Ook bleken sommige delen van het front zelfs totaal onbewaakt te zijn. Een extra bijkomend voordeel voor de Duitsers was dat zij de aanvallende partij zouden zijn: zij kozen daarom het terrein, het tijdstip en het zwaartepunt van de aanval. Daarbij bleken sommige geallieerde divisies aan het gekozen front niet of nauwelijks over gevechtservaring te beschikken of had men juist weken van zware gevechten achter de rug en waren de troepen oververmoeid en toe aan rust.

De aanval

In de nacht van 15 op 16 december 1944 troffen de Duitse bevelhebbers hun laatste voorbereidingen voor het offensief dat half zes in de ochtend van 16 december 1944 zou beginnen, terwijl aan de andere kant van het front de geallieerden, nietsvermoedend van hun nachtrust genoten. Sommige Duitse bevelhebbers klaagden nog dat ze niet klaar waren voor een aanval of dat ze meer materieel nodig hadden. Een van generaal Dietrich’s commandanten merkte op over de plannen: “Mijn marsroute is geschikt voor fietsen, maar niet voor tanks”.  Hitler weigerde echter nog enig uitstel te accepteren en liet er geen twijfel over bestaan dat de aanval door zou gaan.

Die ochtend van de 16 december 1944 wachtten er zo’n 200.000 Duitse troepen op het moment dat de aanval zou gaan beginnen.
De meesten van hen waren totaal onervaren en zouden voor het eerst gaan ervaren wat de realiteit van oorlog inhoud. Toch geloofden velen dat zij op het punt stonden geschiedenis te gaan schrijven; dat zij op het punt stonden deel uit te maken van een grootse veldslag die de loop van de oorlog zou veranderen en alsnog Duitsland de winst zou bezorgen. Tegenover hen stonden geallieerde, Amerikaanse, strijdkrachten, van rond de 80.000 man sterk, die geen idee hadden wat hen te wachten stond. Niet alleen was de aanvaller in de meerderheid, ook was de Duitse overmacht wat betreft infanterie, tanks, etc. overweldigend. Overigens zouden in de loop van het offensief wel versterkingen aan beide kanten komen, waardoor de aantallen manschappen fors zouden toenemen.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

409996 views Battletours, Ardennen offensief
cron