Sir Bernard Law Montgomery

Bernard Law Montgomery werd geboren op 17 november 1887 in Londen en was de vierde van negen kinderen, van wie er zeven in leven bleven. Zijn vader was toen predikant in Kensington in Londen. Montgomery’s moeder was maar liefst achttien jaar jonger dan haar echtgenoot. Toen Montgomery twee jaar was, werd zijn vader benoemd tot bisschop van Tasmanië, en het gezin verhuisde naar het eiland ten zuiden van Australië, waar Montgomery zijn verdere kinderjaren doorbracht.


In 1901 keerde het gezin terug naar Londen waar hij naar de St. Paul’s School ging. Hij verwaarloosde zijn studie, maar deed wel graag aan sport, onder andere aan rugby en cricket. Toen kwamen ook voor het eerst zijn kwaliteiten als leider aan het licht. Op 19-jarige leeftijd ging hij van St. Paul’s naar de Koninklijke militaire academie in Sandhurst. Montgomery werd spoedig benoemd tot korporaal, maar na een incident met een cadet werden hem zijn strepen ontnomen. Desalniettemin vervolgde Montgomery zijn opleiding en trad in 1908 als tweede luitenant toe tot het 1e Bataljon van het Royal Warwickshire Regiment, dat gestationeerd was te Peshawar in het huidige India. Kort na zijn terugkeer in Engeland in 1913 schonk de Eerste Wereldoorlog hem de kans zijn militaire talenten te gebruiken. Toen hij in de buurt van Meteren in Vlaanderen een peloton aanvoerde, raakte hij ernstig gewond, en hij had zijn leven te danken aan een soldaat die onder vijandelijk vuur zijn wonden met succes probeerde te verbinden. Dat nam niet weg dat Montgomery ernstig gewond was en nadat hij uit het hospitaal ontslagen was, werd hem het Distinguished Service Order voor buitengewone dapperheid en opvallend leiderschap verleend. Teruggekeerd naar het Westelijk Front, diende hij enige tijd als brigademajoor bij de ‘Bantam Divisie’. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij geschokt door de grote verliezen en hij werd dan ook bewust van het feit dat de bestaande tactieken niet geschikt waren om een beslissende overwinning te boeken. Toch zou hij in zijn latere loopbaan hier geen echte radicale veranderingen in brengen.


Na de oorlog wierp Montgomery, in hart en nieren een infanterist, zich helemaal op de infanterietactiek en opleiding. In 1920 ging Montgomery naar de Stafcursus in Camberley, en toen hij die achter de rug had, werd hij brigademajoor bij de 17e Infanteriebrigade in Ierland, in de strijd tegen Sinn Fein. Daar werd een meedogenloze guerrillaoorlog uitgevochten. Na deze ervaringen begon hij de aandacht op zich te vestigen. In het begin van de jaren twintig, toen hij in York bij de 49e Divisie was, hield hij lezingen en oefende hij fanatiek zijn troepen. Verder schreef Montgomery een Infanterie Handboek, dat in bepaalde kringen hevig werd bekritiseerd vanwege Montgomery's conservatieve opvattingen wat betreft de infanterietactieken.


In 1926 werd hij instructeur aan het Staff College in Camberley en in 1927 ontmoette Montgomery zijn latere vrouw. Zij was overigens de zus van generaal-majoor Sir Percy Hobart. Daarna vertrok Montgomery naar het Midden-Oosten, waar hij in 1927 in de rang van kolonel werd aangesteld als hoofdinstructeur van de stafcursus in Quetta. Montgomery's zoon werd geboren in augustus 1928. In 1937 keerde Montgomery met zijn gezin terug naar Engeland en werd daar aangesteld als commandant van de 9e Infanteriebrigade. Maar in de herfst van 1937 werd zijn vrouw tijdens het zonnebaden aan de Engelse kust gebeten door een insekt. In snelle verbijsterende opeenvolging leidde deze insektenbeet tot het verlies van een been, en vervolgens tot haar dood. Montgomery was diep geschokt door haar dood en stond er nu alleen voor samen met zijn zoon. In oktober 1938 werd Montgomery naar Palestina gestuurd om in Haifa de 8e  Divisie te organiseren. In die tijd heerste er al onrust in Palestina tussen Joden en Arabieren. De noodtoestand was afgekondigd en Montgomery kreeg de opdracht de orde te herstellen. Maar in mei 1939 werd Montgomery ernstig ziek aan zijn longen en hij moest terugkeren naar Engeland. Na zijn herstel kreeg hij het bevel over de 3e Infanteriedivisie dat deel uitmaakte van het British Expeditionary Force (BEF) in Frankrijk, dat onder bevel stond van lord Gord. De 3e Infanteriedivisie vormde een onderdeel van het 2e Legerkorps onder bevel van General Brooke. Na de nederlaag van de Franse legers in mei 1940 werden de Britten teruggedreven naar Duinkerken. De wijze waarop Montgomery zijn divisie commandeerde, was een schitterend voorbeeld van een achterhoedegevecht onder uiterst moeilijke omstandigheden. In de laatste dagen voor de evacuatie kreeg generaal Brooke de opdracht naar Groot-Brittannië terug te keren en een hoger commando op zich te nemen, en het 2e Legerkorps aan Montgomery over te dragen. Uiteindelijk werd het 2e Legerkorps dus door een generaal-majoor naar huis geleid.


Op 1 juli 1940 arriveerde Montgomery in Groot-Brittannië, waar hij opnieuw het bevel kreeg over de 3e Infanteriedivisie, welke werd ontplooid aan de zuidoostkust van Engeland om tegen de verwachte Duitse invasie te vechten. De volgende dag bezocht Winston Churchill de 3e Infanteriedivisie en de Britse premier was onder de indruk van Montgomery. Op 22 juli nam Montgomery het bevel van het 5e Legerkorps op zich in afwachting van de Duitse invasie die nooit zou komen. Toen Hitler eenmaal zijn keuze had gemaakt om Groot-Brittannië ongemoeid te laten en de Sovjet-Unie aan te vallen, nam de druk in Engeland af. In augustus 1941 werd Montgomery dan ook overgeplaatst naar het XIIe Legerkorps, en in 1942 naar het Commando Zuidoost-Engeland. Montgomery werd soms betrokken met de planning van operaties, waaronder de planning van Operatie Jubilee, de desastreus verlopen raid op Dieppe. In augustus 1942 werd Montgomery onverwacht benoemd tot bevelhebber van het 8e Leger in Noord-Afrika, als opvolger van generaal Auchinleck. Churchill had eerder generaal Gott aangewezen als commandant, maar deze was tijdens een vliegtuigongeluk om het leven gekomen. Montgomery kreeg dus door een noodlottig toeval de kans zijn militaire kwaliteiten te bewijzen. Het 8e Leger was in de voorgaande periode door het Duitse Afrikakorps verdreven naar Egypte waar het de Duitsers op een nederlaag had getrakteerd bij de Eerste Slag om El Alamein. Bij aankomst in Noord-Afrika wist Montgomery het vertrouwen van de Britse soldaten te herwinnen en na de komst van een gigantische hoeveelheid aan versterkingen de troepen van veldmaarschalk Rommel te verslaan tijdens de Tweede Slag om El Alamein in november 1942. Na de geallieerde landingen in Algerije (Operatie Torch) werden de As-mogendheden gedwongen terug te trekken naar Tunesië. Ondanks een grote overmacht aan troepen wist Montgomery het Afrikakorps niet te vernietigen. Uiteindelijk werden de As-mogendheden na zware gevechten in Tunesië verslagen en gaven zich in mei 1943 over. Onder het opperbevel van de Amerikaanse generaal Eisenhower ondernamen de geallieerden de succesvolle invasie van het Italiaanse eiland Sicilië in juli 1943. Op het slagveld werden de eerste spanningen zichtbaar in het geallieerde bondgenootschap. Montgomery lag overhoop met generaal Eisenhower en er ontstond een wedloop tussen het 8e Leger en het Amerikaanse 7e Leger onder bevel van generaal Patton om wie als eerste in Messina zou arriveren. Generaal Patton won deze wedloop. Desalniettemin werd de invasie van Sicilië een grandioos succes, waardoor Mussolini zijn greep op de macht kwijtraakte en de Italianen de strijd opgaven.

Na de voltooiing van Operatie Husky ondernamen de geallieerden een invasie op het Italiaanse vasteland. De Britten voerden landingen uit en Montgomery's 8e Leger rukte langs de kust van de Adriatische Zee op in noordelijke richting. Op 30 december werd hij teruggeroepen naar Groot-Brittannië vanwege de planning en voorbereiding voor Operatie Overlord, de geallieerde landingen in Normandië. Montgomery kreeg het bevel toegewezen over de landingstroepen in de beginfase van de operaties in Normandië. Tijdens de planning maakte hij zich sterk voor een uitbreiding van de troepensterkte en het landingsgebied. Na de landingen op D-day wisten de Britten aanzienlijke successen te boeken, maar er was grote tegenstand in Caen. Op 1 augustus werd de bevelvoering van Montgomery ingeperkt tot alleen de 21e Legergroep die bestond uit het Britse 2e Leger onder bevel van generaal Dempsey en het Canadese 1e Leger onder commando van generaal Crerar. Na het verslaan van de Duitse troepen in Normandië werd Montgomery op 1 september 1944 benoemd tot veldmaarschalk. De geallieerden rukten in een moordend tempo op in noordelijke richting waar de Britse 21e Legergroep betrokken was bij de Slag om de Scheldemonding, die na aanzienlijk oponthoud werd gewonnen. De geallieerden wilden de oorlog graag voor Kerstmis beëindigen en na vele discussies werd een gewaagd plan van Montgomery om door middel van luchtlandingen de bruggen over de belangrijke rivieren bij Arnhem en Nijmegen in te nemen en vervolgens door te stoten naar het hart van Duitsland goedgekeurd. Operatie Market Garden was een zeer gewaagd plan die eigenlijk helemaal niet in de aard lag van Montgomery, die doorgaans een voorzichtige, berekenende en afwachtende strategie voerde. Operatie Market Garden werd echter niet zo'n succes als verwacht werd. De geallieerde grondtroepen faalden vanwege taaie Duitse tegenstand om op tijd de brug in Arnhem te bereiken en de oorlog zou dus langer gaan duren. Hoewel Montgomery dit zelf nooit toegaf, werd Operatie Market Garden in feite Montgomery's eerste nederlaag.

De Duitsers wisten de situatie aan het Westfront te stabiliseren en in december 1944 zelfs een verrassende tegenaanval in de Ardennen uit te voeren. De Duitsers wisten aanvankelijke successen te bereiken en Montgomery's hulp moest worden ingeroepen voor het stoppen en terugslaan van de Duitse pantserspitsen. Montgomery en de Britten In het noorden van de Ardennen waren de verbindingen tussen General Omar Bradley en de First en Ninth Army door de Duitse opmars verbroken. Eisenhower zag geen andere keus dan deze Amerikaanse eenheden onder het commando van Field-Marshall Bernard Montgomery te plaatsen. George Patton stond in het zuiden stevig aan het roer van de andere helft van Bradley’s legergroep, zijn Third Army. Bradley was hier nogal verbolgen over, aangezien hij nu vrijwel niets te doen had, terwijl zijn legers waren aangevallen. Montgomery had, net als Patton, erop gerekend dat hij zou worden ingeschakeld door Eisenhower. Zijn tactiek verschilde echter van die van Patton. Waar de Amerikaan in de aanval ging, hergroepeerde Montgomery het geallieerde front ter voorbereiding op een tegenaanval. Montgomery had het XXX Corps en infanterie in de richting van het slagveld verplaatst en wilde voorkomen dat de Duitsers kans kregen de Maas over te steken. De bruggen over de Maas werden verdedigd door het XXX Corps en er werden gepantserde patrouilles uitgevoerd door Britse eenheden. Zij kwamen daarbij geregeld in aanraking met de speerpunten van de Duitse opmars. Het Amerikaanse 7th Corps werd door Montgomery aangewezen als reserve-eenheid voor offensieve acties. De Duitse pantsertroepen zouden de Maas echter nooit bereiken. De opmars kwam tot stilstand als gevolg van kleinschalige geallieerde tegenaanvallen en een gebrek aan brandstof. De pantserdivisies waren ook al gehavend door de aanvallen van geallieerde vliegtuigen. General-Major Joseph Collins, bevelhebber van het Amerikaanse 7th Corps gaf het bevel om tot de aanval over te gaan. De Amerikaanse 2nd Armored Division en Britse Typhoons vielen vier Duitse pantserdivisies, Panzer Lehr, de 2., 9. en 116. Panzerdivision, aan en maakten zo vlak voor kerst een einde aan de offensieve dreigingen van deze Duitse eenheden.

Na het verdrijven van de Duitsers in de Ardennen werd er koers gezet naar de Rijn, die in maart 1945 werd overgestoken. Hierna rukte de 21e Legergroep op in de richting van Denemarken. Op 4 mei 1945 accepteerde Montgomery de onvoorwaardelijke overgave van Duitse troepen in Nederland, Noordwest Duitsland en Denemarken op de Lüneburger Heide. Montgomery werd hierna spoedig benoemd tot bevelhebber van de Britse bezettingstroepen. Op 1 januari 1946 kreeg Montgomery de eervolle titel Viscount of El Alamein en werd benoemd tot chef van de Imperial General Staff, de hoogste militaire positie van Groot-Brittannië. Deze positie bekleedde hij tot 1948 totdat hij werd benoemd tot voorzitter van de permanente verdedigingsorganisatie van de Westelijke Europese Unie, in 1951 gevolgd door het voorzitterschap van de NAVO. In 1958 ging Montgomery met pensioen en werden zijn memoires gepubliceerd: The Memoirs Of Fieldmarshal Montgomery, waarin hij felle kritieken uitte op generaal Eisenhower betreffende de strategie die werd gebruikt tijdens de landingen in Normandië in 1944. In 1961 werden zijn The Path to Leadership gepubliceerd. Op 24 maart 1976 stierf Montgomery in Isington Mill.

Montgomery's blunder
De droom van Hitler om de haven van Antwerpen te heroveren en een wig te drijven tussen de hoofdzakelijk Britse en Amerikaanse troepen, had in beperkte mate succes gekend. Zonder dat hij het zelf besefte had zijn Wacht-am-Rhein-offensief onenigheid gezaaid onder de geallieerde leiders die voor de rest van de oorlog niet meer zou worden bijgelegd. Montgomery had op 29 december een brief gestuurd naar Eisenhower met de vraag het bevel te krijgen over alle geallieerde troepen in het westen. Eisenhower interpreteerde dit alsof zijn beslissing om Generaal Bradley het opperbevel toe te vertrouwen een slechte zet was geweest en hijzelf, Eisenhower, niet geschikt was voor de job.

Eisenhower was razend en was al begonnen met het schrijven van een brief aan de Stafchef van het Amerikaanse Leger, Generaal Marshall, om hem te zeggen dat hij zou moeten kiezen tussen hemzelf of Montgomery. Vooraleer de brief verstuurd werd kreeg Montgomery's stafchef, Generaal Sir Frances de Guingand, lucht van de zaak en liet het hoofdkwartier van Eisenhower weten dat hij de niets vermoedende Montgomery zou aanspreken over de mogelijke gevolgen van zijn brief. Toen Montgomery besefte wat hij onbewust had laten uitschijnen,schreef hij opnieuw een brief aan Eisenhower waarin hij zich verontschuldigde. Hij eindigde zijn nota met 'Het stoort me verschrikkelijk dat mijn brief u zo erg van streek heeft gebracht, en ik verzoek u dan ook hem te verscheuren' (waarop hij Eisenhower trachtte te overtuigen van zijn volstrekte steun, ongeacht de plannen). Eisenhower was uiteraard gelukkig met deze afloop en besliste de zaak niet verder op te blazen. Toch betekende dit niet het einde van de hele affaire, want op 7 januari besloot Montgomery een persconferentie te houden. Ironisch genoeg was die bedoeld als een gebaar van goede wil tussen de Britse en de Amerikaanse troepen. Jammer genoeg draaide de zaak volledig anders uit, want door de manier waarop Montgomery de feiten voorstelde, leek het alsof hijzelf de hele situatie had gered en alle defensieve en offensieve manoeuvres had uitgedacht. De Britse pers speelde vanzelfsprekend in op de verkeerde interpretaties en maakte van een mug een olifant door te schrijven dat 'Montgomery de aanval had voorzien en de Amerikanen had gered'. De twee partijen vlogen elkaar opnieuw naar de keel en Montgomery moest alweer een brief schrijven om de gemoederen te bedaren. Dit keer naar Generaal Bradley, waarin hij stelde dat het voor hem een grote eer was geweest om te dienen met zulke uitstekende Amerikaanse troepen en bevelhebbers. Uiteindelijk moest Sir Winston Churchill de hele zaak recht trekken in het House of Commons, twee weken later. Hij verklaarde dat de slag in de Ardennen in hoofdzaak een Amerikaanse aangelegenheid was geweest: De Amerikanen hebben dertig tot veertig keer meer manschappen ingezet dan wijzelf, en hebben zestig tot tachtig keer meer manschappen verloren dan wij. Het was de grootste Amerikaanse veldslag van de oorlog die altijd zal gezien worden als een grote Amerikaanse overwinning'. Hoewel de veldslag in realiteit een Anglo-Amerikaanse aangelegenheid was, zal hij toch altijd gezien worden als een louter Amerikaanse actie. Voor de mannen aan het front zelf, van eender welke partij, maakte het allemaal niet veel uit. Het enige wat de Duitse grenadier, de Amerikaanse GI of de Britse Tommy bezig hield, was hoe deze helse slag te overleven, en de verschrikkelijke weersomstandigheden die ze moesten doorstaan. Zoals u zich kan voorstellen was het niet gemakkelijk om deze slag beknopt samen te vatten en het relaas begrijpbaar te houden. De linies golfden heen en weer over een uitgestrekt gebied en talrijke gevechten grepen gelijktijdig plaats. Toch hoop ik dat u met behulp van deze gids de mogelijkheid zal krijgen om rond te trekken en de belangrijkste regio's te ontdekken. Bovenal hoop ik dat u even zal terugdenken aan de mannen die hier waren in die barre winter van 1944-1945.

 


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

398426 views Battletours, Ardennen offensief