Bloedbad van Bande

 

Het dorp Bande werd gebouwd op een uitloper die over de Bonnier, een kleine zijtak van de Wamme uitsteekt. De naam van het dorp wordt voor het eerst in 1189 genoemd in een bul van paus Lucius III die bevestigt dat 'de villa van Bandres, de wateren, bossen en weiden' van de abdij van Saint-Hubert afhangen. Sindsdien was de abt van Saint-Hubert zes eeuwen lang heer van Bande en maakte de heerlijkheid Bande deel uit van het graafschap La Roche en nadien van het hertogdom Luxemburg.

Met zijn totale oppervlakte van 1921 ha telt de gemeente Bande meer dan 1000 ha bossen. Dat bos werd begin zeventiende eeuw tussen de graaf van La Roche en de abdij van Saint-Hubert verdeeld. Vanaf 1741 kreeg de inwonersgemeenschap van Bande een deel van het bos dat aan de abdij was voorbehouden, het bos van Bande, waaruit ze opbrengsten konden halen. Tegenwoordig zijn ongeveer 860 ha gemeentebossen. Het plaatsje werd helaas 'beroemd' door de slachting die de nazi's er op de vooravond van Kerstmis 1944 aanrichtten. Op die dag werden 34 jongeren in een vervallen huis aan de gewestweg nr. 4 lafhartig vermoord. Een aantal van hen waren afkomstig uit Bande, Grune en Roy.

In september 1944 rukten de Geallieerde legers in noordoostelijke richting door Frankrijk en België op,waarbij zij slechts sporadisch tegenstand ondervonden. De Ardennen lagen op de weg die het Amerikaanse 5e legerkorps volgde en,verspreid over een front van 80 kilometer,bewoog het korps zich voort door zuidelijk België en Luxemburg. De hoofdweg Brussel-Luxemburg kruiste de opmarsroute die door Namen,Bastogne en Aarlen ging. Naast de hoofdweg,ten zuidoosten van Marche,ligt het kleine dorpje Bande. Langs deze weg was in 1944 wat lint bebouwing,maar het eigenlijke dorp lag een paar honderd meter naar het noorden tegen de heuvelrug. Op 5 september,toen de Amerikaanse legers het gebied naderden,viel een eenheid van de Maquis die een kamp in de nabij gelegen bossen had,een Duitse eenheid aan en doodde drie soldaten. Tegelijkertijd,hezen de inwoners van het dorp de Belgische vlag in afwachting van hun bevrijders. Als represaille voor deze daden staken de Duitsers de volgende dag alle huizen aan de hoofdweg in brand. Twee dagen later kwamen de Amerikanen. De Duitsers trokken terug naar het oosten in de richting van de Siegfried Linie.

Precies drie maanden later,op 16 december,lag Bande in het centrum van het juist begonnen Von Rundstedt offensief. Een colonne Duitse tanks,rijdend in noordwestelijke richting,arriveerde op 22 december om 14.00u in Bande. De Duitsers bezetten het dorp en het was opmerkelijk dat een deel van de militairen dezelfde waren als degenen die er in september eerder waren geweest. De burgemeester,Armand Pierre,herkende verscheidene militairen,onder wie drie ordonnansen,die in hetzelfde huis trokken waar ze drie maanden geleden ook hadden verbleven. Twee dagen later,op de morgen van de 24e december,arriveerde er een groep van ongeveer 25 man gekleed in bruine en groene camouflagepakken,bij de uitgebrande huizen langs de hoofdweg. Zij droegen allemaal petten met het doodskopinsigne en de witte letters op hun patjes op de linkermouw duiden erop dat men te doen had met leden van de Sicherheitsdienst. De SD-eenheid begon onmiddellijk met het arresteren van alle mannen in de leeftijd van 17 tot 32 jaar. De 24e was een zondag en sommige mannen werden uit de kerk gehaald waar zij de Kersthoogmis bijwoonden. Gevraagd naar de reden van de arrestaties,werd de dorpelingen verteld dat de mannen naar een controlepost werden gebracht ter verificatie van hun identiteitskaarten. De vrouwen werd verteld dat hun mannen weer voor het Kerstdiner terug zouden zijn. Zij waren echter nogal verrast door het feit dat de Duitsers perfect Frans spraken ; sommige hadden en steeds accent,anderen spraken plat,terwijl ook Waals en Luiks dialect werd gehoord. Na ongeveer 70 man te hebben verzameld (enkele buiten de leeftijdsgroep) werden zij beneden aan de heuvel naar de 'controlepost' gebracht die was ingericht in de overblijfselen van een zaagmolen die naast de hoofdstraat lag.(De molen was eigendom van de heer Rulkin-Tassiaux en was in september in brand gestoken).Hier werden zij samen gebracht met andere Belgen uit Grune,een klein gehucht ten zuiden van de hoofdweg. Om 3.00u begonnen de SD-mannen de gevangenen te verhoren over de gebeurtenissen in september 1944.Terwijl dit aan de gang was,kreeg de burgemeester van Bande de opdracht alle Belgische vlaggen in het dorp te verzamelen die allemaal in de oven van de molen werden verbrand. Tijdens de verhoren,die tot 17.00u duurden,werd er door de Duitsers om wijn en cognac gevraagd. Albert Schmitz werd 'overgehaald' 200 flessen limonade te brengen in ruil voor zijn vrijheid en de Duitsers boden aan een boer,Armand Toussaint,en zijn zoon vrij te laten voor de levering van twintig flessen cognac. Toen hij terugkwam in het dorp om het gevraagde te gaan halen,vroeg Toussaint aan de Werhmachtofficier die in zijn boerderij was ingekwartierd om voor de gevangenen te bemiddelen. Dit beloofde de officier maar kwam al spoedig weer terug zeggend,'ik kan niets voor u doen,deze militairen zijn vreemdelingen. Zij moeten voor Kerstmis iets te drinken hebben. Ga en breng wat ze willen'.

Tegen de avond werden de jongemannen afgezonderd en naar buiten gebracht waar zij in drie rijen voor de molen werden opgesteld. Al hun bezittingen werden afgenomen. Met hun handen boven hun hoofd werden de gevangenen afgevoerd langs de hoofdweg naar het uitgebrande Café de la Poste waarvan ene Marechal eigenaar was. Na het bevel halt te houden werden zij gedwongen zich om te draaien met hun gezicht naar de straatkant. Er waren bij elkaar 33 en zij werden bewaakt door zeven of acht militairen bewapend met geweren en machinepistolen. Drie officieren hadden het bevel. Na een korte bespreking gingen twee officieren terug naar de molen,de leiding overlatend aan de andere officier die ook met de verhoren belast was geweest en die Frans met een Parijs accent sprak. Hij ging het uitgebrande huis naast het café binnen,dat van de heer Bertrand. Een Feldwebel,klein van postuur,ongeveer 40 jaar,kwam toen op de laatste man in de voorste rij af en legde een hand op diens schouder. Op dat moment had geen van de gevangenen een idee van wat er ging gebeuren. Zij keken hoe de Feldwebel de man naar de deur van Bertrand's huis voerde. Toen hij naar binnen ging en uit hun gezichtsveld verdween,weerklonk er een geweerschot.

De Duitser keerde terug en legde zijn hand op de laatste man in de tweede rij en leidde hem op dezelfde manier weg .Een ander schot volgde. Tegen deze tijd moesten de overgebleven 31 man geweten hebben wat hun te wachten stond. Zodra een gevangene de deur binnenging schoot een SD man die achter de deur stond,zodat hij van buitenaf niet gezien kon worden,het slachtoffer in de nek en met een kniebeweging duwde hij het lichaam de kelder in. Als een gevangene nog geluid gaf volgde onmiddellijk een tweede schot. Nadat er twintig man waren geëxecuteerd was het de beurt van de 21 jarige Leon Praille. Hij had vanaf het eerste schot geweten wat hun lot zou zijn. Hij begreep wat er zou gebeuren als ze allemaal als makke schapen op hun beurt bleven wachten en hij probeerde de anderen over te halen te ontsnappen en de bewakers te overvallen. Hij bezwoer dat zij niets te verliezen hadden maar de anderen waren te bang en niet in staat te reageren. In ieder geval was Leon niet van plan zich als een lam naar het slachthuis te laten brengen. Toen het zijn beurt was zag hij dat de Feldwebel huilde. Toen zij beiden een paar meter van de deur verwijderd waren raapte Leon al zijn moed bij elkaar en sloeg de Duitser in zijn gezicht. Hij rende de weg over en ploeterde door de rivier de Wanne naar de overkant. De bewakers hielden hem al die tijd onder vuur maar waren niet in staat hem te raken. Hoewel hij daarna geprobeerd heeft de Amerikanen te bereiken,is hem dat door de vele Duitse patrouilles niet gelukt. Hij is terug gegaan en heeft zich verstopt in de schuur van zijn oom.

Ondertussen ging het Kerstnachtbloedbad door. Toen alle 32 mannen waren vermoord,legden de Duitsers drie lagen planken over de lichamen. De kelder lag open onder de blote hemel en toen de nacht viel bedekte al gauw een laag sneeuw de sporen van de afschuwelijke misdaad. In de late namiddag waren de burgemeester van Grune en een leraar,de heer Chardonne,naar Bande gekomen om te proberen de gevangenen vrij te krijgen. Toen zij bij de molen kwamen was het ongeveer 18u en zij vonden er alleen de oudere gevangenen. Nadat zij hun verteld was te verdwijnen liepen zij wat verloren de weg op in de richting van het huis van Bertrand. Zij hoorden van dichtbij schoten vallen maar een Duitse soldaat belette hun verder te lopen en beval hun weg te gaan. Terwijl zij wegliepen zagen zij de mannen in twee rijen voor het Café de la Poste staan. Bij het verlaten van de hoofdweg om een smal pad in te slaan hoorden zij meer schoten en machinegeweervuur. Op maandag - eerste Kerstdag - werden nog eens 33 Belgen in het dorpje Roy,een kilometer ten noorden van Bande,verzameld. In de middag werden zij naar de molen van Rulkin gebracht en op dezelfde wijze verhoord als de mannen van Bande en Grune. Om ongeveer 21.00u werden twee man,Georges en Raymond Malempre,eruit gehaald. Terwijl de anderen werden vrijgelaten,werden de twee broers naar het huis van Bertrand gebracht waar zij werden doodgeschoten en in de kelder geworpen.

De volgende dag kwam de bevrijding van Bastogne,27 kilometer verder,op de weg naar Luxemburg,en de slag nam een wending in het nadeel van de Duitsers. Op 10 januari ontruimden de Duitsers Bande,dat de volgende dag door de Britten werd bevrijd. Bij de aankomst van de Geallieerde troepen,bracht de burgemeester aan de hoogste Britse officier verslag uit van het bloedbad en vroeg hem in gezelschap van de enige overlevende mee te gaan naar de plaats des onheil. De legerfotografen,de sergeanten Hardy,Covey en Lawrie,kregen de opdracht de terreurdaad tot in de kleinste details vast te leggen. De sneeuw was verscheidene centimeters dik en na deze te hebben weggeruimd en de planken te hebben verwijderd,kwam een gruwelijk tafereel te voorschijn. De lichamen,stijf en bevroren,werden eruit gehaald en voor identificatie naar het Café de la Poste gebracht. Alle slachtoffers hadden een schotwond in de nek.

Het was niet gemakkelijk de lichamen bedekt met bloed en dicht geklemde handen te identificeren en het moet voor de familieleden een hartverscheurende taak zijn geweest. Slechts acht van hen waren inwoners van Bande. De anderen,behalve de Malempre broer,Roy en Paul Smitz ,Alphonse Leroy en Louis Pétron uit Grune,waren vluchtelingen uit de omliggende buurt. De artsen Max Lahaut en Marcel Férir onderzochten alle lichamen en stelden vast dat de slachtoffers ook beschoten waren toen ze in de kelder lagen,want er waren er veel bij die schotwonden hadden in andere delen van het lichaam. Kogels die uit de lichamen verwijderd werden en patroonhulzen werden onderzocht door de Belgische Kapitein-commandant Beaten en Generaal-majoor Mage die vaststelden dat er zeker twee soorten 9-mm wapens waren gebruikt. Zeventien hulzen kwamen waarschijnlijk uit een Schmeisser machinepistool,en drie uit een soortgelijk wapen. Men geloofde niet dat er een pistool gebruikt was en het officiële rapport van de ballistiekexperts vermeldde:'Hoewel het erop lijkt dat er maar een man schoot,althans op de eerste gevangenen,is het niet mogelijk met zekerheid te zeggen of er no een tweede persoon geschoten heeft en of de afzonderlijke schoten en de salvo's door een en dezelfde man zijn afgevuurd.'

Bij het Belgisch Koninklijk Besluit van 13 december 1944 was reeds een commissie ingesteld die de opdracht had een onderzoek in te stellen naar op Belgisch grondgebied gepleegde oorlogsmisdaden. Van iedere zaak moest een apart dossier worden samengesteld zodat de schuldigen snel konden worden berecht. De leden van de commissie die het bloedbad in Bande moesten onderzoeken arriveerde op 9 februari 1945 in het dorp. Natuurlijk was Léon Praille,de enige overlevende de belangrijkste getuige. De commissie kreeg de beschikking over het rapport van Luitenant Valcke,verbindingsofficier bij de 51e Divisie Schotse Hooglanders,gedateerd 28 december 1944.Voorts over de medische rapporten van de artsen die de lichamen hadden onderzocht,de rapporten van de ballistiekexperts,de verslagen van een onderzoek door de auditeur-militair uit Namen en Aarlen en de gerechtelijke stukken samengesteld door Kapitein Victor Darling van het XIIe  Amerikaanse Legerkorps. Hoewel er in die eenheid van de Duitse Wehrmacht in Bande militairen zaten die er drie maanden voor het bloedbad ook waren geweest kwam de commissie na een grondig onderzoek tot de conclusie dat deze niet verantwoordelijk waren voor de slachting. Verschillende leden van de Wehrmacht die ingekwartierd waren in het dorp hadden hunleedwezen uitgesproken over wat er was voorgevallen. Zij hadden de dorpelingen verteld dat zij het onderdeel niet kenden. Toen een van deze militairen de manschappen in de hoofdstraat vroeg tot welk onderdeel ze behoorden kregen ze te horen : 'Speciale Himmler troepen' en 'wij hebben geen eigen onderdeel,wij zijn een StandgerIcht!.

Men kwam tot de conclusie dat het grootste deel van de manschappen van deze speciale eenheid,had gebivakkeerd in een treinwagon die op de spoorlijn stond die aan de noordkant van de hoofdweg liep juist achter de molen. Vastgesteld werd dat het een SD(Gestapo) eenheid moest zijn geweest. Een Duitse officier,Luitenant Spaan ingekwartierd in Bande,vertelde een dorpsbewoner dat Himmler persoonlijk orders had gegeven om dertig mannen te executeren om de drie Duitsers die in september door de ondergrondse gedood werden,te wreken. Nog eens twee moesten er worden doodgeschoten voor de moord op een Belgische collaborateur in juni 1944. Door het overheersende Franse accent van de groep,bracht men het in verband met een eenheid die soortgelijke misdaden had begaan in Givry en Noville. Daardoor kon de commissie ten minste een man - Ernst Haldiman - een Duits sprekende Zwitser uit Pfeffingen achterhalen. Haldiman groeide op in Zwitserland en werd opgeleid voor de handel. Na een gevangenisstraf an achttien maanden te hebben uitgezeten wegens diefstal,ging hij in 1938 naar Frankrijk om werk te zoeken. Vanaf juni 1942 werkte hij in het oefencentrum voor het Duitse leger in La Valdahon,maar het jaar daarop zat hij weer voor diefstal in de gevangenis. Na ontslag uit de gevangenis,nam Haldiman op 15 november 1943 dienst bij de SS in Dijon en werd in december bevorderd tot Unterscharführer. Hij deed dienst op verscheidene standplaatsen maar meestal in Elzas-Lotharingen. Hij liep wat lichte verwondingen op tijdens een luchtaanval op Freiburg-im-Breisgau. In december 1944 werden zijn en andere SD-eenheden opgenomen in het 'SS-Kommando zu besonderer verwendung 8',een onderdeel van ongeveer 200 man.

Volgens de aanklacht tegen Haldiman was de eenheid ingedeeld bij de 8e  SS-Panzer Division. Het onderdeel dat naar Bande werd gezonden stond onder leiding van Untersturmführer Krüger. Na de oorlog, op 3 februari 1946, ging Haldiman illegaal de Zwitserse grens over maar hij werd opgepakt door de politie en gevangen gezet.Op28 januari 1948 werden hem door een Zwitserse krijgsraad de volgende punten ten laste gelegd : het zondertoestemming in vreemde krijgsdienst treden,moord en medeplichtigheid aan moord. Haldiman bekende dat hij deel had uitgemaakt van de SD-eenheid in Bande op 24 december 1944,maar dat hij alleen maar de slachtoffers naar de deur van het huis had gebracht waar zij werden neergeschoten. Hij beweerde dat twee Franse leden van het SS-Kommando de schoten hadden gelost. Een hield de gevangene vast terwijl de andere met een machinepistool neerschoot. Hij zei dat de twee tijdens het bloedbad soms van plaats verwisselden en dat andere leden van de groep bij de laatste Belgen mee hadden gedaan aan de moordpartij. Als zovelen voor hem die aangeklaagd waren voor oorlogsmisdaden,beriep Haldiman zich erop dat hij alleen maar de orders had uitgevoerd. Op 28 april 1948 sprak de krijgsraad het vonnis uit,waarbij Haldiman op alle punten schuldig werd bevonden. Het hof accepteerde als verzachtende omstandigheden het feit dat de beschuldigde niet had aangezet tot de moordpartij en had gehandeld op bevel. Daarom vroeg het hof niet om levenslang maar werd hij veroordeeld tot 20 jaar met aftrek van 396 dagen voorarrest,alsmede enkele bijkomende straffen. Haldiman was al door het Franse hof van Justitie in Besançon op 21 augustus 1945 bij verstek ter dood veroordeeld voor spionage en het aangeven van Franse verzetsmensen aan de Duitsers. Hij zat zijn straf uit in de Liestalgevangenis,waar hij onder een streng regime werd geplaatst. Op 27 juni 1960 werd hij voorlopig op vrije voeten gesteld. Volgens het bureau van de advocaat-generaal van de krijgsraad in Brussel,is Haldiman het enige lid van het SS-Kommando No.8 dat heeft terecht gestaan en dat veroordeeld is voor het bloedbad in Bande. Het café de la Poste bestaat nog steeds in Bande (hoewel het nu café du Monument heet) en de grote drukke hoofdweg,E40/N4,is meer naar het noorden verlegd. Door deze verandering is er en stuk van de oude hoofdweg bewaard gebleven en het is daarom mogelijk de plaats van het bloedbad te bekijken. Van buiten lijkt het herbouwde café op al de andere die langs de drukke België-Luxemburg-autoweg liggen. Aan de rechterkant is alleen nog maar de deur van het huis van Bertrand over. De kelder is nu overdekt en een kleine kapel geworden met een gedenksteen waarin op emaillen plaatjes foto's van de slachtoffers zijn geplaatst. Er staan altijd bloemen en kaarsen en een plaquette op de muur naast de deur bevat alle namen van de overledenen. Vanaf de kelder des doods volgden we de route van de begrafenisstoet naar de kerk op de heuvel. De begraafplaats,omheind door een hoge muur,ligt buiten het dorp even ten noordwesten ervan. Het massagraf uit 1945 is nu een grasveldje. De stoffelijke resten van de slachtoffers liggen nu allemaal in familiegraven. De herhaaldelijk voorkomende datum '24 december 1944' op de grafstenen op het kerkhof legt getuigenis af van de tragedie die zich op die dag in het dop heeft afgespeeld.

Uit: '40-'45,toen en nu.


Onze partners




Meer links

Please download Flash Player 10 or higher to view this content.

389078 views Battletours, Ardennen offensief
cron